Perfectionisme? Doe mij maar ijdelheid

ijdelheid

Ik ben best ijdel. Hoe ouder ik word, hoe slechter het te ontkennen valt. Gelukkig ben ik ook lui en pragmatisch. Daardoor valt het niet zo op, die ijdelheid van mij. Aan make-up heb ik een hekel – opmaken kost te veel tijd en het bijhouden is onhandig en vergeet ik. Niettemin: zelfs als ik op zondagochtend de tuin in stap om een lege wijnfles bij het glas te zetten, heb ik mascara op. Als ik een patatje haal op de hoek, check ik eerst mijn haar in de spiegel. En sinds ik mijn eerste rimpel heb ontdekt, is er iets… kapot.

IJdelheid is een zonde. Zelf zou ik willen zeggen: niet ijdel zijn is ook een zonde, een grotere. Eigenlijk is ijdelheid een goede eigenschap, een deugd in Aristotelische zin. Aan de ene kant zit het extreem van narcisme (mensen die verliefd zijn op zichzelf), aan de andere kant het extreem van slonzigheid. Ertussenin het goede midden: ijdelheid.

Wat ik dus echt niet begrijp, is dat ijdelheid en luiheid hoofdzonden zijn, en perfectionisme niet. Als er iets is wat elke potentieel positieve eigenschap de nek omdraait, is het wel het perfectionisme van de control freaks. Een zeer veelvoorkomende zonde in onze tijd, waarin alles draait om verantwoordelijkheid en efficiëntie. Ik heb niets tegen verantwoordelijkheid en zelfs niet tegen efficiëntie, zolang mijn persoonlijke vrijheid en pragmatisme niet in het gedrang komen.

De meestelijke Dezso Kosztolanyi schrijft: ‘Mensen die het bijgeloof van overdreven zindelijkheid aanhingen, hield hij voor ongetalenteerd.’

Ik heb medestanders, daar word je dan weer blij van. In een interessant interview zegt filosoof Frank Meester (‘ik ben ijdel dus ik ben’): ‘We fantaseren over ons leven, proberen er een mooi verhaal van te maken waarin we zelf een heldenrol spelen. Dat noemen we dan ijdel. En daar is niets mis mee.’ Eens!

Op de site zijn nog veel meer leuke inzichten, gedachten en ook filmpjes te vinden. Zoals het clipje uit Dangerous Liaisons bij het stuk van Maarten Doorman (‘ik ben niet wie ik ben dus ik ben’). Daarin gaat het over het spelen van rollen. Aan mij en dit weblog wel besteed: ‘Aan de ene kant is het onverstandig om te proberen jezelf te zijn – want het zal je niet lukken – en is het beter om goed na te denken over de rol die je speelt. Maar tegelijkertijd rijst daarbij de vraag: wie is het die die rol verzint? Ben je dat dan niet toch weer zelf?’

In beide interviews – en de hele site eigenlijk – meen ik bovendien een onuitgesproken afkeer van perfectionisme en controlfreakisme te detecteren. Opeens begrijp ik hoe het zit: filosofen kunnen niet perfectionistisch zijn, omdat zij altijd twijfelen, niet in de laatste plaats aan zichzelf. Zij twijfelen aan hun ijdelheid.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *