Schrijven en lezen met alle geweld

schietspel

Kan het schrijven over geweld leiden tot geweld? Is er een grens aan de krochten van het kwaad waarin de schrijver afdwaalt – een grens waarachter zijn gewelddadige ik ligt te wachten tot hij wakker wordt geschopt? En de lezer over geweld, loopt die niet hetzelfde gevaar? Het zijn intrigerende vragen die Hans Achterhuis stelt in zijn ijzersterke studie Met alle geweld.

Achterhuis beoogt in zijn boek alle vormen van, perspectieven op en ervaringen met geweld te beschrijven. Bovenstaande vragen zijn dus maar strengen in het weefsel van filosofische, literaire, politieke en persoonlijke invalshoeken waaruit het werk bestaat. Niettemin zijn het fundamentele vragen, omdat Achterhuis hier zijn eigen onderneming bevraagt, uit vrees voor de mogelijke consequenties die zijn schrijven over geweld zou kunnen hebben op zijn eigen geestelijke of morele gezondheid. Als ook die van de buitenwereld: zal zijn werk hem in de klauwen van het geweld werpen, en met hem de lezer?

De discussie over gewelddadige games en films kennen we zo onderhand wel. Beïnvloeding kan niet bewezen worden, of toch weer wel. Schietgrage jongeren blijken fervente gamers met een voorkeur voor gangsta rap. Maar de miljoenen die op de bank in de huiskamer soldaatje spelen met 50 Cent op de achtergrond en toch nooit iemand in het echt neerknallen, brengen elke oorzaak en gevolg-conclusie aan het wankelen.

Daarom is het goed dat een filosoof hier eens zijn gedachten over laat gaan. Zeker als hij zijn eigen integriteit bevraagt en zijn persoonlijke ervaringen inzet. Gewelddadige games zijn natuurlijk niet hetzelfde als gewelddadige literatuur, liever: literatuur waarin geweld uitgebreid wordt beschreven. Maar ik denk dat juist de beschouwing van zulke literatuur zinnige dingen aan de oppervlakte kan brengen. Daarin gaat het (als het goed is) niet alleen om het afknallen, om bloed en botbreuken, de score op de lijkenteller en het geween en het tandengeknars. Het gaat kortom niet alleen om het resultaat van geweld. Ook, juist, om de oorzaken, de complexe emoties, de aan- en afloop, schuld en wraak, en natuurlijk de esthetiek.

Bovendien speelt het geweld in een boek zich allemaal in de lezer af, zoals het zich eerst in de schrijver afspeelde. Letters zijn niet gewelddadig, zoals de beelden van een game of film dat zijn. Die beelden ontstaan pas in het hoofd van degene die de letters tot zich neemt – en diegene blijft daardoor helemaal alleen in de gewelddadige wereld die hij zelf heeft vormgegeven. Een beangstigende gedachte.

Deze redenering kan twee kanten op. De literatuur die geweld laat zien in al zijn complexiteit, emotionaliteit, met zijn voorgeschiedenis en soms eeuwenlange nasleep, laat de lezer gelouterd bovenkomen, als Dante die door de hel gevaren is. Afschuw, woede en verdriet zullen leiden tot een verlangen naar rechtvaardigheid en liefde. Of wordt de vrees van Achterhuis bewaarheid en breekt juist het inzicht in de complexe werking van geweld en de esthetisering daarvan een beerput open, als een virus dat een leven lang kan sluimeren en door een toeval uitbarst in een allesverwoestende ziekte? Stompt de verbeelding van geweld af of heeft die eerder een verhoogde gevoeligheid tot gevolg?

Ik ben nog maar net begonnen met het lezen van Met alle geweld, maar kan nu al zeggen dat Achterhuis’ boek in elk geval de gedachten over geweld, maar ook over literatuur en lezen, verdiept. Ik moet nog maar afwachten hoe ik eruit kom, hoe diep de bodem van welke hel bij mij ligt.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *