Sprekende werken

macbeth_dolk

Op bezoek bij de faculteit Wijsbegeerte in Nijmegen kreeg ik een boek cadeau – Sprekende werken: over de ethische zeggingskracht van literatuur. Een perfect cadeau voor mij, want het thema ethiek en literatuur was het raadsel dat ik probeerde (en probeer) op te lossen, mijn eigen spook om te achtervolgen en door achtervolgd te worden. Het boek is een bundeling essays geschreven ter gelegenheid van het afscheid van Jacques de Visscher. Ik herinner me professor De Visscher als het archetype filosoof: wapperende panden, wapperende grijze haren, een grote bril en baard. Hij had geen e-mail en studenten moesten als tentamen hun werkstuk live komen schrijven in een collegezaal. Twee jaar volgde ik het vak Filosofie en Literatuur bij hem; de ene keer ging het over de tragedie en lazen we als kerntekst Shakespeares Macbeth, de andere keer over mythische aspecten van literatuur. Maar het ging eigenlijk niet over mythen of tragedies. Eigenlijk ging het gewoon over Filosofie en Literatuur.

De Visscher sprak ook als een archetypische filosoof: al denkend. Sommige mensen konden daar niet tegen, die werden zenuwachtig van die meanderende zinnen die nooit leken te eindigen, en dan ook nog uitgesproken op z’n Vlaams. Ik moest er ook aan wennen, maar toen dat eenmaal was gebeurd, kon ik alleen nog maar bewondering hebben voor dat denkende praten. Echt systematisch waren de colleges niet, een lijn viel er niet meteen in te ontdekken. Het begon ermee dat de prof een stuk tekst voorlas of liet voorlezen. Een paar regels van Macbeth of uit Faust. Die werden dan herhaald, geproefd op de tong, voorzien van heel veel vragen, uit elkaar gepeuzeld, dubbelzinnig gemaakt, nooit vereenvoudigd. Daar zullen ook veel mensen gek van zijn geworden. Maar de ‘ethische zeggingskracht van literatuur’, zo schemerde tussen die colleges door, lag juist in de complexiteit, in meerduidigheid en interpretatiemoeilijkheden en vooral in symboliek. Symbolen, niet als een soort tekensysteem dat je met een woordenboek in de hand kunt ontcijferen (vogel = ziel of zo), maar een samenballing van betekenissen, soms zelfs tegenstrijdige betekenissen. Wat is daar ethisch aan? Nou, misschien niet meer of minder dan dat literatuur laat zien hoe moeilijk het is om betekenis te verlenen aan het handelen, om te oordelen over mensen en om waarachtig te spreken.

De essays in Sprekende werken behandelen de meest uiteenlopende teksten en auteurs, wat altijd leuk is. Meteen zet zo’n verzameling je ertoe aan die werken zelf uit de kast te pakken of op de verlanglijst te zetten (budgettair niet altijd even handig, een boek dat de wens naar tien andere boeken in je wakker maakt). Wat jammer is, is dat sommige bijdragen in de val trappen waar Jacques De Visscher altijd met een grote boog omheen liep – literatuur ontleden volgens een symbolenwoordenboek of een handzaam model. Modellen en literatuur: dat werkt alleen in Super-Cannes van J.G. Ballard. Af en toe staat er zelfs een zinsnede als ‘de schrijver bedoelt hier…’ Dat is niet de ethische zeggingskracht van de literatuur, want die is altijd meerstemmig. Dat is, ethisch gesproken, hybris.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *