Essay in Tirade: Een bederfelijk unicum – Over prometheïsche schaamte, en haar tegendeel

Tirade publiceerde tot mijn vreugde een essay waar ik heel lang mee bezig ben geweest, over prometheïsche schaamte (en haar tegendeel). Sneak preview hieronder, lees verder in dat blad!

Op een tentoonstelling van technologische artefacten, die de twintigste-eeuwse Duitse filosoof Günther Anders met een vriend bezoekt, merkt hij op dat deze laatste zich vreemd gedraagt. Zijn vriend wil de apparaten niet bekijken, richt zijn ogen op de vloer. Zijn handen verbergt hij achter zijn rug, ‘alsof hij zich ervoor schaamde dat hij die plompe ouderwetse grijpers in het voorname gezelschap van apparaten durfde te brengen, die met zoveel raffinement en zoveel precisie functioneerden.’

Het zet Anders op het spoor van een nog onbeschreven soort schaamte, die hij ‘prometheïsche schaamte’ doopt: de schaamte die je overvalt ten overstaan van gemaakte dingen, die van zo’n constante kwaliteit zijn dat wij mensen er nooit aan zullen kunnen tippen. Nu begrijpt hij ook de terminaal zieke vriend die hij jaren eerder opzocht in het ziekenhuis. ‘Kunnen ze ons niet inmaken?’ had die gevraagd, ‘can they preserve us?’ Hij verlangde naar een pot met sterk water waarin hij als een vrucht geconserveerd zou kunnen worden – een beetje zoals de cryonisten die zich laten invriezen in de hoop later, als de medische utopie gerealiseerd is, weer ontdooid te worden. Maar dat ligt in 2023 nog steeds in de toekomst, net als de spares om de mens mee te repareren er nog niet zijn, een andere wens van de terminale patiënt: ‘Hebben we soms geen reserveonderdelen van alles?’ had hij verzucht – Waarom dan niet van de mens?



Geplaatst

in

,

door

Tags: