Oscar Wilde at boeken

Oscar Wilde at boeken. Nee, ik bedoel niet oscarwilde@boeken (punt com), Oscar Wilde verteerde, at boeken letterlijk. Dus niet alleen geestelijk, maar ook lichamelijk. Hij scheurde hoekjes af die hij in zijn mond stak en (ik stel me voor: gedachteloos, of liever: geabsorbeerd) vermaalde. Dat staat te lezen in Oscar’s Books van Thomas Wright, waarin alles wat Wilde ooit met boeken deed, aan boeken las, kocht of verloor, aan boeken schreef, opdroeg, verzond, is nageplozen en opgeschreven in – natuurlijk – een boek. A book of ones own.

Een nieuw soort biografie wordt het genoemd, een biografie aan de hand van boeken. En als er een ding duidelijk wordt, is het wel dat Wildes leven aan elkaar hing van boeken, zelfs zozeer dat wanneer het zijn boeken slecht ging, het hem ook slecht ging, zozeer dat hij met boeken zijn minnaars verleidde en zonder boeken bijna stierf. Life imitates art is een gevleugelde uitspraak die maar al te vaak wordt gebruikt zonder dat het van toepassing is. In het geval van Oscar Wilde – die de uitspraak muntte – mag niettemin gesteld worden dat zijn leven de kunst imiteerde, zodat het Wright vergeven is dat het gezegde steeds weer opduikt.

Een andere uitdrukking die ook vaak wordt opgerakeld in dit soort zaken is ‘de werkelijkheid is vreemder dan fictie’ – eigenlijk onzorgvuldig geformuleerd, want het gaat om geloofwaardigheid. De werkelijkheid, bedoelt men, is zo willekeurig en onvoorspelbaar, dat niemand het zou geloven als je het zou beschrijven in een verzonnen verhaal. In een verhaal, of een roman, moet alles immers met elkaar verbonden zijn ‘er mag geen mus van het dak vallen zonder dat het betekenis heeft’. Of: als er in de eerste scène een pistool op tafel ligt, móet het pistool afgevuurd worden. Anders dan in de werkelijkheid, waarin iemand ook het pistool kan opbergen in een schoenendoos om er nooit meer aan te denken. Of inleveren tijdens een speciale actie van de politie en vrijuit gaan.

Het is verleidelijk om over Wilde ook die mooie woorden uit te spreken: ‘his life was stranger than fiction’. Maar als we dit boek mogen geloven (ik neem even een enorme stap over dit gigantische literatuurwetenschappelijke en kennistheoretische probleem heen), als we dit boek mogen geloven, was zijn leven juist niet vreemder dan fictie, het was als fictie. Niet: life imitates art, life is art. Alles hing samen, er viel geen mus van het dak of het betekende iets. Dat heeft Wilde vanaf het allereerste begin al van zijn ouders meegekregen. Zij noemden hem naar een personage uit een fictief Iers heldenepos, lazen hem tientallen boeken voor en identificeerden hem met mythische helden.

Later in zijn leven komen deze personages en helden terug als minnaars en vijanden, die met literaire hulpmiddelen als brieven en kaartjes de (inmiddels tragische) held Wilde ten val brengen. Hij doet het er ook om. Wright wijst op een bepaalde hang naar het tragische leven, een zelfironie die volkomen ernstig is. Oscar Wilde was zo het tijdperk waarin hij leefde, hij personifieerde het estheticisme waar hij zo hartstochtelijk van hield. Dat is iets anders dan alle andere literaire stromingen die je kunt bedenken: je kunt je Wilde gewoonweg niet in een ander tijdperk voorstellen, omdat hij een tijdperk is. Toen het estheticisme definitief op z’n retour was, wist hij dan ook dat hij moest stoppen met schrijven.

Ik moest ook denken aan de tienduizenduren regel van Malcolm Gladwell. Wilde verslond boeken. Wie de verfilming van zijn leven heeft gezien met de meesterlijke Stephen Fry, vergeet nooit het beeld van die grote, vriendelijke reus die in een leunstoel zit te lezen. Hij slaat de bladzijden om met een regelmaat van ongeveer een bladzijde per seconde. Dat is geen grap, Wilde was de bekendste snellezer van zijn tijd. Tegelijk – of misschien moeten die twee dingen wel hand in hand gaan – had hij een fenomenaal geheugen, kon hij lappen tekst reciteren, kende hij op zijn tiende jaar het oud-Grieks uitmuntend en leerde hij zichzelf Italiaans aan de hand van Dantes Goddelijke Komedie. Die tienduizenduren had Wilde er op zijn vijfde al op zitten, net als Mozart. Waar wij stervelingen op ons achttiende beginnen aan specialiseren, deed Wilde dat vanuit de wieg al, maar niet zoals Mozart door een tirannieke vader gedreven, maar eerder als moederskindje met een brandende passie voor boeken.

Uiteindelijk gaat Thomas Wrights aanpak vervelen. Ik ken nog een gevleugelde uitspraak: ‘elke scheet die hij laat, wordt vermeld.’ Wel, elk woord dat hij las, elk flutromannetje dat hij aanschafte, elk hoekje papier dat hij afscheurde en opat staat erin. Dat wordt op den duur onverteerbaar.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *