Vorm of vent: taal of mens

du_perron_vorm_vent

Meer dan een halve eeuw geleden woedde in de Nederlandse letteren de zogeheten ‘vorm-of-vent’-discussie. Er vielen rake klappen (letterlijk). En toch is die discussie nooit helemaal uitgevochten. Of misschien toch wel. Er zijn recensenten die al hun geld op stijl zetten (de vorm) maar er zijn er eigenlijk geen die een goed verhaal (de vent) boven alles stellen. Waar natuurlijk het grote verschil met de ‘gewone lezer’ ligt, die altijd een goed verhaal zal verkiezen boven literair geneuzel. Het lijkt wel politiek.

Als je mij een mes op m’n keel zou zetten, zou ik kiezen voor het verhaal. Of liever noem ik het inhoud. Ik sprak een keer hierover met iemand die tot over zijn oren in de poëzie zat (en nog steeds zit, want hij is bezig met een proefschrift over Nederlandse dichters). Uiteindelijk kom je bij de poëzie uit, zei hij, omdat daar de taal het meest op het spel staat. Daar draait het om. Ik moest even nadenken. Uiteindelijk kom ík bij de roman uit, antwoordde ik toen, omdat daar de mens op het spel staat. Dat is waar het voor mij om draait.

Of dit gesprek plaatsvond voor of nadat ik het essay schreef om een beurs van de Radboudstichting aan te vragen weet ik niet, in elk geval hield het onderwerp me toentertijd erg bezig. Nog steeds, het raakt de kern van alle letterkunde en literatuurwetenschap. Eigenlijk vind ik natuurlijk dat een boek het noch zonder een goede stijl noch zonder inhoud kan stellen, maar dat is een beetje slap. Als het erop aankomt heb ik veel liever een manke Caesarion van Tommy Wieringa, waar van alles in te beleven valt en personages risico’s nemen, dan zo’n typisch Hollands stijlwerkje van honderdveertig bladzijden waar de meeste laat-twintigers mee debuteren.

Oeh, dat klinkt bijna als rancune. Is niet de bedoeling. Ik ben de eerste om toe te geven dat het misschien gewoon aan mij ligt. Veel van die stijlwerkjes worden namelijk hogelijk gewaardeerd door genoemde critici, die altijd vorm boven vent verkiezen. Mijn probleem is misschien vooral dat in die boeken niet zozeer het verhaal ontbreekt, maar juist de stijl zo vreselijk geforceerd is. Gewild literair, met opsmuk, tierelantijntjes en rare metaforen. Voorbeelden? Nee, dan zou ik echt rancuneus zijn. Liever geef ik een voorbeeld van hoe ik het wel graag zie. Maar dat is voor morgen.

Het plaatje toont een jonge E. du Perron (vent) op boksles

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *