Non-fictie schrijven: tips en tegenstrijdigheden

notes

‘Je maakt het boek dat nog niet bestaat en dat je zou willen lezen,’ stelt Johan de Boose in een interview met Vrij Nederland over zijn roman Bloedgetuigen. Dat hoor je wel vaker van schrijvers, ook in de bundel schrijversinterviews Het moet pijnlijk blijven kwam de stelling regelmatig terug. – Waarom schrijf je? Omdat het boek dat ik wilde lezen er nog niet was. Dat heb ik altijd hoogst merkwaardig gevonden.

Van kinderboekenauteurs kan ik het me voorstellen: je herinnert je een gemis aan bepaalde boeken en dat gemis ga je als je groot bent vullen. Van non-fictieboeken begrijp ik het al iets minder goed – maar daarvan kun je wel zeggen dat je een boek wilt schrijven over een onderwerp dat nog niet beschreven is. Maar zeker bij romans vind ik het hoogst merkwaardig. Irritant zelfs. Ik lees niet omdat ik op zoek ben naar iets wat ik al ken. Ik wil verrast worden door iets wat ik nog niet ken en ook nooit zelf had kunnen bedenken. Het mooiste zijn natuurlijk de gevallen dat je denkt: dit heb ik zelf al vaak gedacht, maar ik heb er nooit de woorden voor kunnen vinden. Hoe zou je dan zelf zo’n boek kunnen schrijven? Die houding getuigt van een stuitende onbescheidenheid.

‘What do you wish you’d known about the process of writing a book that you didn’t know before you did it?’ Handige vraag om te stellen als je zelf op het punt staat aan een boek te beginnen. Steve Silberman stelde ‘m en plempte alle antwoorden in een blogpost: Practical Tips on Writing a Book from 23 Brilliant Authors. Daar komt hij ook weer langs: ‘Don’t forget to write the book that you want to read,’ aldus Mark Frauenfelder. Dat lijkt mij nou het eerste om te vergeten.

Ik ben dol op dit soort stukken met schrijftips, don’t get me wrong. Je krijgt genoeg om over te denken of het niet mee eens te zijn. Het gaat hier het schrijven van non-fictie en de ondervraagden zijn dan ook allen non-fictieauteurs. Dat is leuk, omdat dit soort dingen vaak gaan over het schrijven van fictie. Er zijn natuurlijk tips die nogal voor de hand liggen en dus niet echt een antwoord geven op de gestelde vraag. – Zorg voor zo min mogelijk afleiding bij het schrijven, met andere woorden: blijf weg van het internet. En: luister goed naar je redacteur.

Interessanter is het waar de schrijvers elkaar tegenspreken of juist een antwoord geven waar je bar weinig aan hebt. Zoals David Gans: ‘The most striking thing about my book processes was that no one at the publisher did any editing at all. No fact checking, no line editing.’ Verder: – Lees alleen maar boeken die met je onderwerp te maken hebben. Lees alleen maar boeken die niets met je onderwerp te maken hebben. – Let niet op slordigheden in de eerste versie, maar maak die zo snel mogelijk af. Let op elke zin die je schrijft en zorg dat ze stuk voor stuk goed klinken, vanaf het allereerste begin. – Laat je werk aan zoveel mogelijk mensen lezen. Laat je werk aan zo min mogelijk mensen lezen. De enige les lijkt te zijn dat je erachter moet komen wat voor jou het beste werkt.

Nou vooruit, er is er eentje die ik zelf ook altijd noem als iemand mij vraagt hoe je dat nou aanpakt, ‘schrijven’. Gewoon gaan zitten en het doen. Die gaat op voor iedereen. Soms maak je een slordige eerste versie, soms is het in één keer (bijna) perfect. Ik schrijf wel eens eerst steekwoorden onder elkaar, omdat ik bang ben dat ik vergeet wat ik net allemaal onder de douche heb bedacht. Of ik schrijf van het begin tot eind in volzinnen (die ik ook onder de douche heb bedacht).

Ten slotte moet gezegd worden dat een van de meest gegeven tips in dit artikel niet wordt opgevolgd. Verzamel zoveel mogelijk materiaal (23 schrijvers, gemiddeld drie tips – check), houd het bij in een digitaal dan wel handmatig systeem (wordpress – check) en orden je materiaal zodat de lijn duidelijk wordt (dubbelingen, lelijke opmaak, geen overzicht – wawawaaa, helaas). Het is niet aan te raden om het hele artikel van a tot z te lezen, bovendien heb je er weinig aan door een overload aan informatie. Is dit het artikel dat Silberman zelf het liefste zou willen lezen? Vergeet ’t maar.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *