Waarom schrijf je? Ga je voor kennis of macht?

het_moet_pijnlijk_blijven

‘Waarom schrijf je?’ Echt zo’n vraag waarop evenveel antwoorden als schrijvers zijn. Tegelijk zijn alle antwoorden terug te voeren op een klein aantal oerredenen. Dat viel me in elk geval op na het lezen van Het moet pijnlijk blijven. Vijftig schrijversinterviews, bijeengebracht door Frénk van der Linden en Freddy van Thijn. Dat maakt vijfhonderd pagina’s aan antwoorden op die vraag ‘Waarom schrijf je?’ Tussendoor krijg je het gewroet in de kindertijd, de trauma’s, het worstelen met geloof – al die dingen waar Nederlandse schrijvers zo goed in zijn (wat ook ligt aan de interviewers natuurlijk).

Nadat ik ze allemaal had gelezen (en dan gaan al die schrijvers wel een beetje op elkaar lijken) bedacht ik me dat er twee soorten schrijvers zijn: zij die verlangen naar controle en daarom een romanwereld optrekken die zij als een God kunnen beheersen. En zij die schrijven om de wereld zoals die is te begrijpen. Dat is een fundamenteel verschil.

‘Waarom schrijf je?’ Het cliché wil dat schrijvers – net als andere kunstenaars – schrijven uit innerlijke noodzaak. Het is een levensbehoefte, even noodzakelijk als eten en slapen. Toch zegt geen een van de vijftig geïnterviewden dat met zoveel woorden. Misschien omdat het voor hen vanzelf spreekt? Of misschien omdat de levensbehoefte niet zozeer bestaat uit het schrijven zelf als wel om het innemen van een houding tegenover de wereld. Een van beheersing of een van begrip. Macht of kennis.

Een voorbeeld. Leon de Winter: ‘De literatuur is mijn redding. Als schrijver heb ik me vastgebeten in een dramatische gebeurtenis die mij als elfjarige jongen is overkomen. Ik maak verhalen om de geschiedenis te bezweren, om mij te bevrijden van een gevoel van onmacht, pijn verdriet. Tegelijkertijd is het een verrukking om de werkelijkheid volkomen naar je hand te kunnen zetten.’ Tommy Wieringa hoort ook in die categorie: ‘Alles wat ik doe bij schrijven is een betekenis toekennen, zodat het in godsnaam een soort samenhang krijgt.’

Dit doet mij denken aan wat Alain Finkielkraut in Een intelligent hart schrijft over boeken die een vluchtweg bieden uit de chaos van de werkelijkheid; romantische sprookjes, die de terreur van de willekeur ontkennen door er een betekenisvol geheel van te breien. In die sprookjes hangt alles samen, alles heeft betekenis, leidt ergens toe. Volgens hem zijn dat soort boeken leugens. (Zie hier)

Daartegenover staan de boeken die het weefsel van bezwering, van betekenis en samenhang juist verscheuren. ‘Waarom schrijf je?’ Om de wereld te leren kennen, of zoals Charlotte Mutsaers stelt: ‘Ik schrijf om erachter te komen wie ik ben.’ Zo geformuleerd klinkt het als een wel heel persoonlijke missie die niet direct van waarde hoeft te zijn voor de lezer. Uiteindelijk draait het echter om kennis. Is dat niet het tegenovergestelde van het bezweren van de geschiedenis of ‘in godsnaam een soort samenhang’?

Overigens verdient Cees Nooteboom ook een vermelding. Hij zegt het gewoon rechtuit: ‘Schrijven is uitgestelde sterfelijkheid.’ Kunst is een gevecht tegen de vergetelheid. De enige manier om zeker te weten dat na je dood mensen nog weten wie je bent.

Eén antwoord op “Waarom schrijf je? Ga je voor kennis of macht?”

  1. Ik schrijf vanuit een momenteel comfortabel pluche over zaken die ik ook niet ken en dus niet heb ervaren. Sprookjes en romans. Ik schrijf om het spelen met taal (wat is mogelijk) en om te leren. (Research). Wat is waarheid?
    Is hetgeen ik zie de werkelijkheid? Wat is een meter? Een simpele afspraak. Wij zitten op een bolletje in de ruimte en creëren onze eigen werkelijkheid.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *