Afstand en aanwezigheid

albert_camus

‘Haar ontbreekt zowel de afstand tot zichzelf als de aanwezigheid bij de anderen’. Een prachtige beschrijving van de moeder van Albert Camus, schrijver, filosoof, Nobelprijswinnaar, door Alain Finkielkraut in Een intelligent hart. Dat is een buitengewoon intelligent boek dat een blogje op zichzelf verdient. Maar eerst even over die zin, die mijn ogen minutenlang op de pagina vasthield.

‘Afstand tot zichzelf en aanwezigheid bij anderen’: het klinkt als een gevleugelde uitdrukking, die als je erover nadenkt eigenlijk best ingewikkeld is. Bij nader inzien beschrijft ze echter een streven voor wat de mens moet zijn. Camus’ moeder was een dove analfabete, die precies deze twee eigenschappen miste. Dat betekent dat zij géén afstand tot zichzelf had. Ze viel volledig met zichzelf samen. Afstand tot jezelf vereist blijkbaar beheersing van taal. Het is wel voor te stellen als je denkt aan bijvoorbeeld dronkenschap: dan val je ook helemaal met jezelf samen en ben je nogal eens je verfijnde taalvermogen kwijt. De ervaring is dan niet-talig, krijgt geen gestalte in taal.

Zodra je je ervaring in taal gaat beschrijven, neem je er ook afstand van. Je trekt je terug uit die intense kern van beleving om er objectiverend iets van te zeggen. Goed. En die tweede eigenschap die Camus’ moeder moet missen? Zij heeft géén ‘aanwezigheid bij anderen’. Dat klinkt op het eerste gezicht verwarrend, want je zou bijna verwachten dat iemand die zo dicht bij zichzelf staat ook ‘aanwezig bij anderen’ zou zijn. Maar het probleem is dat ze niet dichtbij zichzelf staat, maar met zichzelf samenvalt. Je zou kunnen zeggen: er blijft niets over voor een ander.

Wat houdt dat eigenlijk in, aanwezig zijn bij anderen? Ik denk zoiets als aandacht hebben, oprechte interesse, luisteren naar, het levensverhaal van iemand kennen (en onthouden, vaak vergeten mensen dat cruciale punt. Vind ik.). Om dat te bereiken is afstand tot jezelf nodig, je moet jezelf naar de achtergrond kunnen dirigeren en je persoonlijke behoeftes tijdelijk uitschakelen. In dit geval niet om jezelf tot object van onderzoek te nemen, maar om de ander alle aandacht te geven die nodig is bij een betekenisvolle ontmoeting.

Die twee dingen: afstand tot jezelf en aanwezigheid bij anderen horen dus bij elkaar, maar zijn zeker niet hetzelfde. Beiden lijken echter te maken te hebben met wat reflectie is, of zou moeten zijn. Reflectie op jezelf, of een ander.

Die gevleugelde woorden riepen bij mij een ander ‘motto’ in herinnering, dat voor mij nog steeds het meest kernachtig uitdrukt waar je als mens naar moet streven. ‘Een koud hoofd combineren met een warm hart.’ (Overigens heb ik nooit de bron van dit motto kunnen terugvinden, ik meen alleen nog te weten dat ik het van een historische Duitser heb (zeventiende of achttiende eeuw). Op Google krijg ik alleen mezelf als bron en Job Cohen, die Rita Verdonk van het omgekeerde heeft beticht: een heet hoofd en een koel hart.)

Een koud hoofd: dat is afstand kunnen nemen tot jezelf, je losscheuren van je eigen persoonlijkheid, relativeren en reflecteren. Een warm hart: dat is aanwezig zijn bij anderen, emoties delen, medeleven tonen. Wat mij betreft twee zaken die bij elkaar een goed mens maken.

Arm moedertje Camus.