De 5 paradoxen van authenticiteit

doorman_rousseau

Een lied van schijn en wezen, zo kun je de moderne worsteling met authenticiteit wel noemen. Een lied vol dissonanten. Authentiek zijn willen we allemaal wel en tegelijk snoeven we een beetje over dat modewoord, dat inmiddels behoorlijk besmet is geraakt door al het misbruik ervan. We verlangen ernaar en worstelen ermee. Daar mogen we Jean-Jacques Rousseau voor danken, de achttiende-eeuwse filosoof met een enorme invloed op het denken over politiek, onderwijs en subjectiviteit en bovendien auteur van wat wel de eerste autobiografie wordt genoemd, de Bekentenissen. In zijn boekje Rousseau en ik probeert Maarten Doorman die erfenis te duiden. Lastig, want authenticiteit is in de kern paradoxaal, zoals ze ook zowel verlangen als afkeer oproept.

Eerste paradox: we kennen onszelf niet
Schijn en wezen: daar houden filosofen zich vanaf het ontstaan van de wijsbegeerte mee bezig. Hoe kunnen we onderscheid maken tussen wat echt is en wat niet? Kan de geest of de rede raken tot aan de kern der dingen? Is de wereld wel te kennen? ‘Maar nieuw is het besef dat schijn en wezen betrekking hebben op ons eigen zelf. Dat is de ontdekking, of uitvinding waarmee Rousseau ons voortaan opzadelt. Wie zijn wij werkelijk? Waar komt ons gevoel van vervreemding vandaan, en kunnen we eraan ontsnappen?’ Terwijl zelfkennis ook al sinds de Griekse Oudheid een doel en zelfs gebod was, is het de mogelijkheid van zelfkennis niet eerder zo geproblematiseerd. Niet zozeer de kennis in zelfkennis, maar het zelf.

Tweede paradox: je kunt niet terug, alleen vooruit
Herman Philipse hield onlangs een lezing over de politieke filosofie van Rousseau, waarin vrijheid zo’n belangrijke rol speelt. Rousseau gaat uit van een ‘natuurtoestand’ waarin de mens waarlijk vrij leefde. De maatschappij met al haar regels en beperkingen beknot hem maar. Toch moet je niet streven naar een terugkeer naar de natuurtoestand, hoe ideaal die ook mag zijn geweest. De vrijheid moet opnieuw geijkt, geherdefinieerd worden in het heden, of in elk geval voor de toekomst. Hetzelfde geldt voor authenticiteit. Doorman: ‘Die authenticiteit verwijst uiteindelijk niet zozeer naar een oertoestand, als wel naar een ideaal – een mogelijke toestand.’ Dat is wat moderne reclamemakers, muzikanten of politici misverstaan als ze authenticiteit inzetten: die wordt opgevat alsof ze terugverwijst naar iets goeds wat we zijn kwijtgeraakt.

Derde paradox: als we per ongeluk onszelf zijn, lijken we onecht
‘Het scheppen van echtheid’ – dat is de paradox van authenticiteit in een notendop. Mensen spelen tegenwoordig zo goed mogelijk ‘zichzelf’. Als je zegt: ‘hij is zichzelf gebleven’ veronderstelt dat een oertoestand waarnaar wordt terugverwezen. Dat klopt dus niet. Hij speelt zichzelf. Maarten Doorman verwijst hier naar het boek Youtopia van Menno van der Veen, die het heeft over ‘rolintegriteit’, het binnen één persoon, jezelf, vatten van alle verschillende rollen die je speelt. Die unieke combinatie van verschillende rollen is misschien hoe we iets als een authentieke persoonlijkheid het dichtst kunnen naderen. Maar ook daarin schuilt een paradoxale valkuil. Want als je uit je rol valt, en dus in feite meer jezelf bent dan ooit, lijk je juist niet jezelf. Authenticiteit betekent daarom eerder oprecht lijken en niet zijn. Authenticiteit is in the eye of the beholder.

Vierde paradox: authenticiteit is een kwestie van vorm, niet van inhoud
Dat leidt tot de volgende paradox. Terwijl authenticiteit in het ideale geval verwijst naar de inhoud, die echt en niet kunstmatig moet zijn, heeft ze eigenlijk eerder betrekking op vorm. Doorman noemt dat ‘expressieve authenticiteit’. Het is goed om je af te vragen wat je verwacht: moet de inhoud authentiek zijn, of de vorm? Moeten we authentiek zijn, of lijken? Dean MacCannell spreekt van staged authenticity, bijvoorbeeld in het toerisme. Als we op reis op zoek zijn naar een authentieke ervaring, zijn vorm en inhoud dan niet even belangrijk? Het is makkelijk om meteen je voorkeur uit te spreken voor de inhoud, maar is dat wel eerlijk?

Vijfde paradox: wat de oplossing lijkt, is juist de oorzaak van het probleem
Misschien is het tijd voor een definitie van het begrip authenticiteit. Doorman haalt Andrew Potter aan: de zoektocht naar authenticiteit is een poging ‘een verloren gewaande eenheid te herstellen die door modernisering verloren heet te zijn gegaan.’ Die hele zoektocht berust op een illusie, dat is wel duidelijk. Die eenheid heeft nooit bestaan, het echte en ware is niet iets waar je naar terug kunt keren. Bovendien is dat echte en ware niet een objectieve eigenschap, maar ligt het als gezegd in the eye of the beholder. ‘Het begrip authenticiteit verwijst niet naar iets wat bestaat of ooit bestaan heeft, maar naar oordelen, claims en voorkeuren ten opzichte van anderen en de wereld om ons heen.’ Conclusie: ‘De overal aanwezige hedendaagse strijd om echte, oprechte levensvormen is daarom niet de oplossing voor zo’n verlangen, maar juist de oorzaak ervan.’

Is het dan helemaal niet mogelijk om een positieve invulling te geven aan het streven naar authenticiteit? Jawel, dat is in elk geval wat de levenskunst probeert te doen. Lees daar meer over bij 10 schrijvers en denkers over Levenskunst.

Levenskunst: deugdethiek van Aristoteles verbinden met authenticiteit

levenskunst

De deugdethiek en de levenskunst: twee dominante filosofische stromingen van deze tijd. Beide kwamen op in de laatste decennia van de twintigste eeuw en zijn nu bepalend voor wat je zou kunnen noemen de ‘mainstream’-filosofie. Twee filosofieën met een verschillende oriëntatie. Deugden zijn gericht op karaktervorming, het ontwikkelen van een houding die zich vertaalt in bepaald gedrag. De centrale, achterliggende waarde: geluk, of ‘gelukt zijn’ in overeenstemming met de menselijke natuur. De levenskunst is eerder gericht op het vinden van een persoonlijke ‘zin’ en draait om de centrale waarde van ‘authenticiteit’, in overeenstemming met je individuele zijn. Prof. Joep Dohmen noemt het verbinden van deze twee ethieken hét filosofische probleem van deze tijd. Hoe kunnen deugden geïntegreerd worden in een actuele levenskunst?

Vader van de deugdethiek
De ‘vader van de deugdethiek’, zo mag je Aristoteles wel noemen, en de Ethica Nicomachea is zijn standaardwerk. Daarin definieert hij wat een deugd is, namelijk het juiste midden tussen twee extremen. Hoe dat precies werkt, laat hij zien in zijn beschrijving van allerlei deugden. Het bekendste voorbeeld: dapperheid is het midden tussen lafheid en overmoed. Het midden kun je niet cijfermatig berekenen, maar is afhankelijk van de persoon, de situatie en welke deugd in het spel is.

De deugdenleer is een praktische ethiek die een hoger doel dient. Aristoteles is teleoloog, wat betekent dat alles gericht is op een ultiem doel. En dat is: geluk. Maar wat is geluk? Dat kun je het beste begrijpen in de zin van ‘gelukt zijn’. Je bent gelukt als mens wanneer de menselijke natuur, het potentieel dat in je zit, zoveel mogelijk tot bloei is gekomen. De deugden zijn de manier om dat te bereiken. Dat gaat niet vanzelf, want een deugd vraagt oefening, herhaling en dus tijd, veel tijd. Uiteindelijk moet de deugd als een ingekraste lijn in het karakter zijn, een eigenschap die zo vaak uitgeoefend is dat ze een stabiele, betrouwbare gewoonte is geworden. Een houding.

Een beetje integer
Dit kun je een perfectionistische ethiek noemen, aldus Joep Dohmen, maar dat wil niet zeggen dat de mens die de deugd nog niet volledig onder de knie heeft, in het geheel ‘niet deugt’. De deugdethiek biedt juist een kader voor ontwikkeling. Dohmen haalt Paul van Tongeren aan, de specialist op het gebied van deugdethiek. ‘Je kunt best een beetje integer zijn’, hoe gek dat ook klinkt. De weg naar het beheersen van de deugd integerheid is lang en vraagt om veel ervaring. Maar iemand die zich al jaren bezighoudt met integriteit is uiteraard verder op die weg gevorderd dan een groentje dat net komt kijken – ook al hebben ze beiden de deugd niet tot in perfectie onder de knie.

Integriteit is meteen een goed voorbeeld van een moderne deugd, misschien wel het 21e-eeuwse equivalent van dapperheid. Dat deze tijd veel kan hebben aan een moderne ethiek van deugden is voor Joep Dohmen – na enige aarzeling, zo geeft hij toe – wel duidelijk. Er is nog wel veel denkwerk te verrichten. Aristoteles ging uit van het bestaan van een menselijke natuur die tot bloei moest komen. Kunnen wij nog wel uit de voeten met zo’n teleologische opvatting van mens en natuur? Is het na het postmodernisme nog wel mogelijk om te spreken over centrale waarden? En waar ligt de intrinsieke motivatie om deugden te ontwikkelen? Kort gezegd: ‘waarom zou je?’

Koppeling met levenskunst
In de koppeling met een waardenfilosofie, zoals de levenskunst, kunnen zulke vragen wellicht beantwoord worden. De levenskunst is zoals gezegd gericht op het individualistische begrip authenticiteit – een centrale waarde die open blijft en niet terugvalt op het bestaan van een welbepaalde menselijke natuur die op doelgerichte wijze tot bloei moet komen. Bij het leven van een authentiek leven zijn keuzes allesbepalend. Ook deugden draaien om keuzes; het juiste midden is niet iets wat je aangereikt krijgt, maar iets waarvoor je kiest. Daarnaast stemt de aandacht voor context in zowel de deugdethiek als de levenskunst overeen. Ligt hier het begin van een nieuwe richting in de filosofie? Joep Dohmen ziet genoeg werk klaarliggen. Het zal een lange weg zijn, maar gelukkig weten we nu dat elk stukje dat je aflegt op die weg ook telt; je kunt immers best een beetje wijzer worden.

Charles Taylor: sociale authenticiteit

levenskunst

Authenticiteit is een kernbegrip in de literatuur en filosofie, zo blijkt uit de serie Levenskunst. Joep Dohmen en Maarten van Buuren komen in hun lezingen en discussies steeds hierop terug. Wat het inhoudt, hoe je authentiek wordt en in welke verhouding het authentieke individu tot de gemeenschap staat: daarop is geen eenduidig antwoord te geven. De lezing van Joep Dohmen over de hedendaagse filosoof Charles Taylor – schrijver van onder meer The Ethics of Authenticity – cirkelde rond deze vragen.

Taylor is vooral bekend van zijn magnum opus Sources of the Self (in het Nederlands verschenen als Bronnen van het zelf, met een voorwoord van Joep Dohmen). Daarin stelt hij dat in de tweede helft van de twintigste eeuw de moraal impliciet is geworden. Niemand heeft het er nog openlijk over, het ethische is teruggedrongen tot in de persoonlijke sfeer. Een van de manieren om de moraal weer expliciet te maken is door het authenticiteitsbegrip.

Iedereen kan wel een vage omschrijving geven van wat het betekent om authentiek te zijn: trouw blijven aan jezelf, vanuit jezelf leven. Maar dat is te makkelijk. Een belangrijke kwestie is de relatie tussen het authentieke individu en de gemeenschap. Volgens Taylor is authenticiteit niet hetzelfde als de liberale zelfbeschikking, die uitmondt in ‘doe maar wat je wilt’. Weliswaar ligt de bron in het individu, maar authenticiteit krijgt pas echt gestalte in de verhouding tot het gemeenschappelijke. Dialoog met anderen en het bepalen van een gedeelde horizon van waarden is essentieel. Zo ontstaat een zekere ‘sociale authenticiteit’.

Wat iedereen wil weten is natuurlijk: hoe word ik authentiek? Zoals alle levenskunst kost ook dit streven tijd en veel moeite. Je moet een ‘reis naar de diepte’ maken. Dohmen spreekt ook van ‘radicale reflectie’, die een persoonlijk referentiekader creëert dat als basis dient voor belangrijke, identiteitsbepalende beslissingen. Steeds weer komt echter terug dat dit persoonlijke referentiekader niet losgeweekt mag worden van een sociaal, gemeenschappelijk kader. Authenticiteit impliceert geen kluizenaarschap, maar contact.

Dit is een heel andere definitie van authenticiteit dan die van bijvoorbeeld Nietzsche of Musil. In de discussie na afloop van de lezing zette Maarten van Buuren vraagtekens bij de ‘sociale authenticiteit’. Kun je überhaupt voorwaarden verbinden aan zo’n begrip? Betekent dat niet meteen een verlies van authenticiteit? Van Buuren legde de nadruk juist op het afzetten tegen de gemeenschappelijke orde. Je bent pas echt jezelf als je afstand neemt van de norm. Maar is afstand nemen van de norm op zichzelf niet ook weer een norm? In elk geval kun je zeggen dat authenticiteit vraagt om een verhouding tot de norm.

Kijk de hele lezing ‘De reis naar de diepte’ terug.

Authenticiteit en eigenbelang: het lastige evenwicht van de honnête homme

levenskunst

François de La Rochefoucauld is bekend van zijn maximes: puntige uitspraken over de mens. Ze verschenen in een vertaling van Maarten van Buuren bij de Historische Uitgeverij. In de serie Levenkunst hield Van Buuren dit najaar een lezing over La Rochefoucauld. Hij vertelde hoe hij in de maximes een heel nieuwe laag ontdekte, toen hij er ter voorbereiding van de lezing met een ethische bril naar keek. De maximes achtervolgen de lezer met vragen die hem in zijn waarden confronteren. Houdt de auteur mij een spiegel op of herken ik me totaal niet?

La Rochefoucauld leidde een turbulent leven in zeventiende-eeuws Frankrijk. Met zijn vrienden had hij een bijzonder tijdverdrijf: het schrijven van maximen, die ze onder elkaar lieten circuleren. In 1664 liet La Rochefoucauld zijn eigen maximen drukken.

In de maximes ontmaskert La Rochefoucauld de oude moraal, die hij huichelachtig vindt. Zowel de christelijke moraal van bescheidenheid, waarachter eigenlijk eigenliefde schuilgaat, als de oude adellijke moraal die teruggaat op de ridderlijke waarden breekt La Rochefoucauld af tot op de grond. Hij formuleert een eigen moraal – of misschien anti-moraal – die niet gebaseerd is op goed en kwaad, maar op sterk en zwak. Hiermee bereidt hij de weg voor Nietzsche, die ook zijn oeuvre zal bouwen rond kracht en zwakte als centrale waarden.

Die nieuwe moraal moet op de puinhopen van de oude opgebouwd worden. Daarbij is het begrip ‘honnête homme’ belangrijk. Je moet je passend gedragen, in gezelschap en als individu. De honnête homme kan zich sociaal aanpassen aan de kringen waarin hij verkeert en valt ook samen met zichzelf en zijn eigen waarheid. Het gaat er niet om de waarden van anderen of van de maatschappij te imiteren. De notie van authenticiteit, die in de levenskunst centraal staat, krijgt hier al vorm. Niettemin benadrukt La Rochefoucauld telkens weer dat de mens in alles gedreven wordt door eigenbelang. Authenticiteit en eigenbelang: hoe verhouden die twee zich tot elkaar?

Kijk de hele lezing La Rochefoucauld. De mens ontmaskerd terug