Columns in Filosofie Magazine

Sinds juli 2021 schrijf ik een maandelijkse column voor Filosofie Magazine. Een vrijplaats om te denken en te spelen met taal. Hieronder de links naar de gepubliceerde columns, van nieuw naar oud:

Herinnering (nr. 7-8/2022)

In een busje reden we 800 kilometer naar het noorden, naar de geboortegrond van mijn moeder. Een trip down memory lane: op deze smalle kronkelwegen, op deze heuvels, dit erf en dit gras had ik, alle vakanties bij elkaar opgeteld en verspreid over een half leven, minstens een jaar doorgebracht. Mijn zus maakte een filmpje terwijl we over het karrenspoor naar de boerderij hobbelden. Mijn moeder tikte met haar vingers tegen het raam. ‘Ah! O!’

Nacht (nr. 6/2022)

De nacht is gewoon anders dan de dag, dáárom is ze belangrijk.’

‘Waarom is de nacht anders dan de dag?’

Het was een workshop vragen stellen. De ander moest op elke stelling antwoorden met een waaromvraag. Zo zou je erachter komen wat echt belangrijk voor je is, waar je je voor wilt inzetten. Voor deze student was dat het nachtleven.

‘Maar waarom is de nacht anders dan de dag?’ vroeg haar gespreksgenoot nog eens.

‘Omdat… de nacht anders is. Dan de dag.’

Oorlog (nr. 5/2022)

‘Ik heb mijn hele leven gewijd aan de roman,’ zegt de Indiase romanschrijver Amitav Ghosh in een interview met NRC Handelsblad. Maar schrijvers zullen met hun romans de wereld niet veranderen. Alle klimaatfictie ten spijt, verzucht hij, zijn we geen graad dichter bij een oplossing voor het klimaatprobleem gekomen. Waarom dan toch blijven schrijven in tijden van crisis?

Vertrouwen (nr. 4/2022)

De voorgeschiedenis doet niet ter zake, maar de situatie was dat ik een belastingadviseur nodig had. Liever gisteren dan vandaag. Ik vroeg wat rond bij schrijvers- en kunstenaarsvrienden, want het moest geen Zuidas-type met verkeerde verwachtingen zijn.

“Columns in Filosofie Magazine” verder lezen

Column: De Grote Droomshow

Terug te zien en te lezen: De Grote Droomshow van SG Erasmus en Arminius over slaap en dromen, waar ik de openingscolumn voor schreef en uitsprak.

DC 22-10-2014 DROOMSHOW [fcp]-1024×576 BOINXout from arminius on Vimeo.

Rustig, maar met lood in de benen dwaal ik door het metrostation. Geel licht, bedrukte, haastige mensen, vier zwarte tunnels die zich aan weerszijden uitstrekken – dit is onmiskenbaar de Amsterdamse ondergrondse. Ik ben verdwaald, mijn vader kwijtgeraakt in de stromen passagiers. De uitgang moet ergens boven zijn, maar is onzichtbaar. Of nee, ik ben niet verdwaald, maar weggelopen.

Altijd heb ik veel gedroomd en voor het onthouden heb ik ook talent. Dat komt misschien omdat ik dromen heb die jarenlang terugkeren. De droom over het Amsterdamse metrostation waar ik verdwaald was, dan wel weggelopen hoorde bij me, zo tussen mijn 9e en 14e. Ik heb een minder groot talent voor dromenduiding. Het schaamrood stijgt me naar de kaken als eraan denk dat ik pochte over die ondergrondse droom tegen wie het maar wilde horen – ja ja, ik als pre-puber droomde terugkerend, onthield dat allemaal en wist ook nog eens mijn weg in de Amsterdamse metro (zo’n opschepper was ik toen). Pas tien jaar later viel het kwartje: toen ik 9 was scheidden mijn ouders, mijn vader vertrok naar Amsterdam, en ik werd een om-het-weekend-naar-je-vader-kind, verdwaald en/of kwijt. Ik zeg het: schaamrood op de kaken dat ik mijn eigen onbewuste via die kinderdroom zonder het zelf door te hebben zo vaak open en bloot op tafel heb gelegd.

Maar goed, je moet je eigen schaamte in de bek kijken, heb ik geleerd van de meester die schreef: ‘Lang ben ik bijtijds gaan slapen…’ Dat is de eerste zin van Op zoek naar de verloren tijd van Marcel Proust. (Ik mag hem aanhalen, want heb de zeven delen van a tot z gelezen.) Beroemd is de scène die volgt waarin hij als kind wacht op de nachtkus van zijn moeder – als ze niet komt stort de wereld in elkaar. Maar het mooist vind ik hoe hij dat moment beschrijft tussen slapen en waken, hoe, als je langzaam wakker wordt de ruimte zonder diepte en contrast is en zich dan in elkaar schuift en weer kleur krijgt. Of andersom – als je weet dat je in slaap aan het vallen bent en nog bij bewustzijn een inkijkje krijgt in je eigen onbewuste.

Kent u dat, als je in de trein na een lange werkdag heel even je ogen dicht doet en meteen wordt bestookt met absurde beelden, verhalen en ervaringen, zodat je weet dat je geslapen hebt omdat je weet dat je droomde? Beangstigend wel, dat de drempel tussen waken en dromen zo laag is, zelfs als er honderden vreemden om je heen zitten en je met 200 kilometer per uur in een onbetrouwbare mag-geen-Fyra-meer-heten-trein door de bollenstreek raast.

Of is het juist het omgekeerde van beangstigend? Weinig geeft zo’n gevoel van veiligheid als slapen terwijl de ander wakker is. Is dat ook niet waarom Proust (en minder gevoelige kinderen) die nachtkus van zijn moeder zo nodig heeft – haast op leven en dood? Is dat ook niet waarom er niets ergers is dan niet-slapen terwijl de ander wel slaapt? Je gaat naar bed, de ander pakt een boek om nog wat te lezen, jij draait je vast om. Het gaat niet snel genoeg, daar knipt het licht aan de andere kant al uit, je krijgt een kus en voelt hoe hij op zijn zij draait en de zwaartekracht zijn werk laat doen. Ondertussen lig jij nog te denken aan je to-do-lijst. En dan, al gauw, hoor je het. De slaap, zo dichtbij (want laten we wel wezen, bij jou in bed) en toch zo ver weg. Voor je het weet ligt je met je ogen dicht want dat moet als je wil slapen energie te produceren die draadloos je telefoon op het nachtkastje zou moet kunnen opladen. Terwijl iedereen toch weet dat slapen een oefening is in oog-spier-ont-span-ning.

Nee, dan slapen, terwijl de ander wakker is, slapen, terwijl de ander wakker is… voelt u het al? We zouden het hier ook kunnen doen. U hebt vast een lange dag achter de rug. En nu ook nog een lange avond in het verschiet. Als iedereen voor vijf minuten even de ogen sluit, blijf ik wakker om over u allen te waken. Dan mag u in uw dromen verdwalen, of weglopen, iemand kwijt zijn of zelf kwijt zijn, u mag naar Amsterdam of naar negentiende-eeuws Parijs, dat maakt allemaal niet uit. Ik zal u be-waken.

Dank u.