Wie luistert, is nooit alleen

Op Follow The Money:

Spreken en kijken zijn dominant in onze cultuur, constateert filosoof Miriam Rasch. Vandaar dat ze zich voor de verandering wil toeleggen op luisteren – maar dan niet op de makkelijke manier, met de stethoscoop gericht op de ‘gewone man’ en zijn onderbuik, maar gewoon: ergens zijn, en dan aandachtig luisteren wat er allemaal te horen valt. Wat ze nu al leerde: wie luistert, zit altijd middenin, en is nooit alleen.

‘Weet je zeker dat je het redt, schat, drie weken zonder Twitter?’

‘Pas maar op,’ zeg ik, ‘jij moet het drie weken zonder je krant stellen.’

We gaan op vakantie naar een oord dat schijnbaar zo oninteressant is voor big tech dat Google Maps de route tussen bezienswaardigheid A en natuurfenomeen B ‘niet kan berekenen’. Perfect! Ik kijk uit naar drie weken leegte – om me heen en in mijn hoofd.

Lees verder: Wie luistert, is nooit alleen

Op Follow The Money: Hoe autonoom zijn we, wanneer we een deel van ons leven aan technologie ‘uitbesteden’?

Voor Follow The Money schreef ik naar aanleiding van het verschijnen van Autonomie, een zelfhulpgids een essay – geen herhaling van zetten, maar een poging om op een andere manier iets over het onderwerp te zeggen, bijvoorbeeld aan de hand van The Every van Dave Eggers.

‘Autonome technieken werken minder goed dan ze beloven, maar toch hebben we er hoge verwachtingen van. Ze zouden ons leven makkelijker maken en onze beslissingen beter. Maar hoe autonoom zijn we zelf nog, wanneer we een deel van ons leven ‘uitbesteden’ aan technologie? En klopt het dat wie autonoom is, zich ontworstelt aan de invloed van anderen? Miriam Rasch pleit voor een andere invalshoek.’

Lees hier verder.

Koortsdroom: Essay in Tirade

Verschenen in Tirade 485 (2021)

Koortsdroom

In de krant las ik over een onderzoek naar patiënten die ook maanden na een coronabesmetting nog last houden: ‘Uit de Britse gegevens kwamen twee groepen van hardnekkige klachten naar voren: een groep met luchtwegklachten (benauwdheid, reukverlies, hoest, keelpijn) en daarnaast vermoeidheid, hoofdpijn. De andere groep heeft ook maag- en darmklachten, hartkloppingen, cognitieve klachten en blijvende koorts.’ (NRC, 12 december 2020)

Meteen had ik zin om Dostojevski te herlezen.

“Koortsdroom: Essay in Tirade” verder lezen

A Vade Medum of Urgent Editing: Non-linear essay with APRIA

For a special issue on urgent publishing over at the online peer-reviewed journal APRIA, I wrote an experimental essay on what a practice of Urgent Editing could look like.

Abstract: Urgent publishing can be considered a movement that travels from speed to relevance, linking the two. This is asserted through a situated, relational practice – it is in the midst of things. Comparably, the editor is often understood as being an ‘intermediary’, meaning the editor is working in the space between author and text and reader, between publisher, production, and printed matter. They bring out the best possible realisation of the intention or goal of the publication; rationalising it, putting it in context, relating it to public debate, literary history, or stakeholders. Often, the editor and the editorial work remain invisible to the outside, and are supposed to do so. But this invisibility extends even to discussions about (innovating, digitising) the publishing process. There is plenty to do about design, revenues, marketing, software, tools, the role of the author, but what about the intermediary between all of those? At most, it is heard that in the age of social media and self-publishing, no-one needs an editor anymore. Moderators, fact-checkers, and coders are the new middle men, and in the end the editor will surely lose their job to automation. This makes it urgent too for the editing profession to reconsider their role. Their character of intermediary suggests that an important role may be available for the editor in urgent publishing. But what could that role be? Discussing three case studies from applied publishing research, I will sketch how the editor can play a pivotal part in an urgent publishing practice.

This essay is conceptualised and published using Twine, an application which allows the reader to pursue their own path through the text. At the end of each chapter and section, options for the next step are presented based on connections within the different parts of the content. The reader can choose however they like, whether intuitively, rationally, or randomly. There’s also the opportunity to read the essay in a linear manner. For those who wish, there’s also a PDF version available. In short: be your own editor.

Enter here.

I also wrote the Editorial, which offers short introductions into the topic and the other contributions, see here.

Voortleven online, bij Follow The Money

Twee essays bij Follow The Money, die toevallig allebei iets zeggen over hoe we gedoemd zijn online voort te leven, of we nu willen of niet. De een gaat echter over de dood, de ander over het leven.

Update: hierbij nog een derde, over de toekomst:

Nadenken over de toekomst is essentieel, willen we later niet in een bestaan belanden waarover we geen zeggenschap hebben. Dat dringt des te meer nu de toekomst heftige klimaatveranderingen in petto lijkt te hebben, en we erop gokken dat technologie ons wel zal redden. Miriam Rasch laat haar licht schijnen over duistere toekomstvisioenen.

De toekomst bestaat niet (en dat is goed nieuws)

Terwijl ons openbare en sociale leven zich al ruim een jaar voor een groot deel digitaal afspeelt, en meetings vrijwel achteloos worden opgeslagen, gearchiveerd en gedeeld, doen er steeds meer ‘versies’ van onszelf de ronde. We hebben steeds minder grip op wat er over ons de ronde doet. Zou een losser, vluchtiger omgang met onze digitale aanwezigheid niet te prefereren zijn?

Altijd online, voor eeuwig vastgelegd

Vorige maand verscheen een app waarmee je afbeeldingen tot ‘leven’ zou kunnen wekken: van je overleden opa en oma tot aan het melkmeisje van Vermeer. Tegelijkertijd zijn we allemaal bezorgd over zogeheten ‘deepfakes’: nepvideo’s waarin politici dingen beweren die ze nooit zouden zeggen. Maar, zo betoogt Miriam Rasch: beide technologieën tappen uit hetzelfde vaatje.

Zelfs na je dood laat Big Tech je niet met rust

De geheime tuin: Een essay in Revisor

Voor het zomernummer van de Revisor schreef ik een essay over The Secret Garden (De geheime tuin), mijn eigen tuin en filosofische tuinen.

Wilde tuinen, gedeelde landschappen

Lange tijd heb ik geleefd met Het Landschap. Een droombeeld, op twee manieren: het is er vooral ’s nachts, en het is waar alles goedkomt. Als ik Het Landschap voor me zie, zie ik gras dat vooroverbuigt onder zijn eigen gewicht en verderop, maar niet al te ver, een bomenrij. Meer niet. Er zijn verschillende schakeringen groen en de zon schijnt.

En ikzelf? Ik maak geen deel uit van Het Landschap. Ik wil er graag naartoe, het lijkt de bron van mijn verlangen, maar het staat op afstand. Ík sta op afstand. Ik kan er niet in.

Het tienjarige weesmeisje Mary uit De geheime tuin, het kinderboek van Frances Hodgson Burnett uit 1911, kan wanneer ze maar wil De Geheime Tuin binnengaan, ook al is de ommuurde plek op het landgoed van haar oom verboden terrein. Na de dood van haar ouders is ze uit gekoloniseerd India overgebracht naar Yorkshire. Haar oom geeft net zo weinig om haar als haar ouders deden. Hij is zelf diep in rouw nadat zijn vrouw is overleden (zoveel doden!).

Die tuin ís zijn vrouw. Dus is de toegangsdeur gesloten, de sleutel begraven en de poort overgroeid met klimop. Totdat Mary vriendschap sluit met een roodborstje, dat haar de weg wijst naar de ingang. De tuin, zelf halfdood, biedt de verwaarloosde en ongeliefde Mary een schuilplaats. Ze brengen elkaar weer tot leven, de weestuin en het weeskind.

‘De Geheime Tuin. Ze hield van die naam en ze hield nog meer van het gevoel dat niemand wist waar ze zat als ze binnen de mooie oude muren was.’ Als ik het boek herlees – in mijn kindertijd was het een van mijn ultieme favorieten – herken ik direct de aantrekkingskracht van de naamgeving. De naam, aangeduid door hoofdletters, door jou bedacht en door jou gegeven, zorgt voor een intieme relatie. Niemand kan tussen jullie komen.

Komen de hoofdletters van Het Landschap daar soms vandaan? Is dat niet mijn plek ‘als in sprookje ver van de wereld’? Hier ben je veilig, zegt Het Landschap, zelfs al heb je geen sleutel en lukt het niet om binnen te komen.

Lees verder in de Revisor!

MyAnalytics closereading & Het belang van plezier

Gemist? Hier vind je linkjes naar twee recente stukken van mijn hand op Follow The Money:

Je werkgever kijkt tegenwoordig overal met je mee

Vorig jaar introduceerde Microsoft een nieuw onderdeel in het softwarepakket Office 365: MyAnalytics, dat meet hoeveel meetings je hebt, hoeveel mails je ontvangt en hoe snel je die beantwoordt. Je ‘score’ wordt vervolgens tegen die van je collega‘s afgezet. Goed voor de productiviteit, menen veel werkgevers, die bovendien denken de ‘tevredenheid’ van hun personeel ermee te kunnen meten. Miriam Rasch ziet er eerder een nieuwe vorm van zelf-surveillance in.

Plezier is allerminst een luxe

Wie de wereld wil verduurzamen, of haar anderszins wil verbeteren, krijgt vaak het verwijt dat er straks werkelijk niets meer mag: dat ons echt alle pleziertjes worden ontnomen. Zo komt een vol consumptief leven ineens tegenover een afgekloven, ascetisch leven te staan. Maar zo hoeft het niet te gaan. Miriam Rasch pleit voor een praktijk die plezier voorop stelt – maar dan wel je eigen plezier, op je eigen voorwaarden.

Slechtskijken, verder niets

‘Wanneer ik langdurig naar een vast punt op de muur staar, kan het gebeuren dat ik niet meer weet wie of waar ik ben.’

Max Blecher, Avonturen in de alledaagse onwerkelijkheid

***

Het toeval wil dat tussen de West-Kruiskade en de Nieuwe Binnenweg in het oude westen van Rotterdam twee mensen een voordeur delen die beiden zeggen dat zij voorgoed zijn veranderd door het lezen van de zeven delen van Op zoek naar de verloren tijd van Marcel Proust.

De onderbuurman zegt: ‘Proust heeft mij voorgoed veranderd, want ik kijk nu anders naar de wereld.’

De bovenbuurvrouw zegt, iets minder eloquent: ‘Proust heeft mij voorgoed veranderd, want toen ik het uit had heb ik mijn leven overhoop gegooid.’

Als de onderbuurman aan de bovenbuurvrouw uitlegt dat ‘Proust’ voor hem gaat over waarneming, begrijpt zij dat dat voor haar ook opgaat. Het overhoop gooien van haar leven volgde namelijk op het inzicht dat haar waarneming ván dat leven al die tijd verstoord was geweest. De onderbuurman, die iets ouder is dan de bovenbuurvrouw, vond het blijkbaar niet nodig om zijn leven naar aanleiding van het uitlezen van Op zoek naar de verloren tijd overhoop te gooien.

“Slechtskijken, verder niets” verder lezen

Tegen transparantie

‘Why do I feel there is a secret I carry in my body like an embryo, speechless and unformed, beyond knowing?’

Siri Hustvedt, The Blazing World

Stel dat je iemand, gewoon zomaar iemand, een camera om de nek hangt. Ze leeft haar leven, beweegt zich door de wereld, ontmoet vrienden en vreemden. De camera legt alles vast. Zal zij op den duur geen geheimen meer hebben? Er is bewijs van waar ze is en met wie, van wat ze zegt en hoort. Haar gedrag wordt transparant. Ze zal niet meer kunnen liegen over wat ze doet en heeft gedaan (al kan ze nog wel bedriegen). De video-opname van al haar bewegingen en gesprekken zal, mits lang genoeg gecontinueerd, een onbetwistbaar beeld geven van wie zij is. Of niet?

“Tegen transparantie” verder lezen