Epicurus: genot en hedonisme als leidraad voor een gelukkig leven

epicurus

Epicurus staat bekend als de filosoof van het genot, van het hedonisme. In een sixties-achtige commune leefden hij en zijn vrienden en vriendinnen samen, vrij van verplichtingen, vol van vriendschap. Toch leidt de hedonistische ethiek van Epicurus tot een leven van matigheid en rust. Hoe zit dat?

* Bevredigen van lust – genot – is de weg naar geluk.
* Maar: lust moet je vooral begrijpen als afwezigheid van pijn. ‘Hebben we geen pijn, dan hebben we geen lust meer nodig.’
* Instant lustbevrediging is vaak niet slim op de lange termijn (je wordt dik, loopt een soa op, belandt in de goot). In het goede leven streef je daarom naar de bevrediging van je behoeften, naar genot, maar wel door het verstand geleid. 
* Zelfredzaamheid staat voorop: richt je alleen op de behoeften die je zelf kunt bevredigen en waar externe factoren dus geen noodzakelijk belang in hebben.
* Geniet, maar zorg dat je niet afhankelijk wordt van genot. 
* De hoogste lust is van geestelijke aard: ataraxia, onverstoorbaarheid of gemoedsrust.

Het ‘viervoudig medicijn’ om gemoedsrust te bereiken:
1. De goden doen niets (daar hoef je dus niet je handelen op af te stemmen)
2. De dood betekent niets (‘wanneer wij er zijn, is de dood er niet, en wanneer de dood er is, zijn wij er niet meer’ – daar hoef je dus niet bang voor te zijn)
3. Lust is gemakkelijk te bereiken (als je behoeftes beantwoorden aan het criterium van zelfredzaamheid)
4. Onlust is gemakkelijk te negeren of te vermijden (ga d’r maar aan staan)

Het belangrijkste is eigenlijk om inzicht te krijgen in je behoeftes. Daar hangt alles van af. Hoe doe je dat? Gebruik je verstand én je fantasie:

‘Bij alle verlangens moet men de volgende vraag stellen: Wat zal er met mij gebeuren wanneer in vervulling gaat wat ik nu zo hartstochtelijk wens? En wat als het niet gebeurt?’ 

Als je je hier een eerlijke voorstelling van maakt, kun je ook de volgende vraag beantwoorden: Gaat achter de hedonistische wens (bijvoorbeeld een mooi huis bezitten) niet een andere behoefte schuil (samenwonen met een lieve huisgenoot)? 

Op de vraag hoe je die laatste behoefte – lieve mensen om je heen hebben, niet toevallig het belangrijkste middel tot het verwerven van levensgeluk volgens Epicurus – kunt rijmen met zelfredzaamheid, heb ik helaas geen antwoord.

Epicurus’ Brief over het geluk verscheen bij de Historische Uitgeverij. Lees ook Handige tips voor een sterk karakter – Aristoteles en deugdethiek en Epicurus: natuurlijke verlangens als leidraad voor levenskunst.

In het kader van het vak Ethiek dat ik verzorg in de minor Praktische Filosofie aan de HvA zal ik hier de komende tijd korte stukjes plaatsen over de basisbeginselen van ethiek.


Epicurus: natuurlijke verlangens als leidraad voor levenskunst

levenskunst

De deugd is als een geneesmiddel. Zoals je een medicijn slikt om gezond te worden, zo beoefen je de deugd om geluk te bereiken. Epicurus zet zich met deze utilitaristische, op het nut gerichte visie op de deugden af tegen zijn grote voorgangers Plato en Aristoteles. Maar tegen welke prijs? Dat is de vraag die blijft hangen na de lezing van prof. dr. Maarten van Buuren over Epicurus in de serie Levenskunst.

Atomisme
Epicurus’ natuurkunde en kenleer vormen de basis voor zijn ethiek. Hij is een atomist; de werkelijkheid bestaat volgens hem uit atomen en leegte. We kennen die werkelijkheid alleen via de waarneming, via de zintuigen dus. Ook de waarneming is atomair. De beelden die bij ons binnenkomen zijn ‘dunne vliesjes’ die van de atomen onze zintuigen binnendringen. Dat geldt zelfs voor onze voorstelling van goden en mythes en voor onze dromen. Waarneming is bovendien altijd waar, omdat ze rechtstreeks uit de werkelijkheid afkomstig is. Het zijn onze meningen over en interpretaties van wat we zien die eventueel een onwaarheid zijn.

Ook de geest en ziel zijn atomen. Atomen die als je dood gaat vervliegen. Een onsterfelijke ziel bestaat volgens Epicurus niet en er is geen leven na de dood. Goden zijn er wel, maar ook zij zijn gemaakt van stof. Ze huizen ergens ver weg tussen de planeten en bemoeien zich niet met de mensen. Epicurus is met andere woorden een empiricus in hart en nieren. Er is geen enkele reden om bang te zijn voor de goden dan wel voor de dood.

Genot of welzijn?
Uit deze empirische leer volgt haast vanzelf dat ook Epicurus’ ethiek natuurlijk is. Het doel van ons leven is door de natuur bij de geboorte meegegeven en het is aan ons om dat doel te verwerkelijken. Wat is dat dan? Epicurus staat bekend als de filosoof van het genot, de aartsvader van het hedonisme, maar eigenlijk is dat een verkeerde voorstelling van zaken. Zoals veel filosofen noemt ook Epicurus ‘geluk’ als het doel. Bij hem bestaat geluk uit iets als ‘welzijn’, zegt Maarten van Buuren.

Hedonisme associëren we met ongebreideld genot, met veel eten, veel drinken en veel seks. Maar het epicurisme is juist een levenskunst van matigheid. Welzijn bestaat uit het volgen van de natuurlijke verlangens en het uit de weg gaan van de onnatuurlijke verlangens. Eten hebben we nodig om te overleven, dat zit in de natuur. Copieus dineren hebben we echter niet nodig. De beperking van de verlangens gaat best ver. Epicurus beweert zelfs dat seks geen natuurlijk verlangen is, omdat we ook zonder wel in leven blijven. Het zegt iets over de individualistische inslag van Epicurus’ ethiek. En het is een duidelijk pre-darwinistisch standpunt, zou je daaraan toe kunnen voegen.

Vriendeschap om het nut
Aan de andere kant doet de utilitaristische houding van Epicurus juist weer denken aan een evolutionair gegronde moraal. Als het gaat om deugden, komt de focus op het nut sterk naar voren. Deugden zijn voor Epicurus middelen om het doel – geluk – te bereiken. Dit in tegenstelling tot de deugdethiek van Plato en Aristoteles, die de deugden juist definieerden als eigenschappen die (ook) doel op zichzelf zijn. Zelfs een deugd als vriendschap is volgens Epicurus in de kern gebaseerd op nut. Dat levert nogal wat discussie op. Joep Dohmen haalt Montaigne aan, die over zijn boezemvriend zei: ‘Omdat hij het was, omdat ik het was.’ Dat is vriendschap ontdaan van elke nutsgedachte. Maarten van Buuren gelooft echter wel in Epicurus’ opvatting dat elke vriendschap, hoe diep en waardevol die uiteindelijk ook wordt, altijd haar oorsprong vindt in het nut. Vriendschap als een natuurlijk verlangen, gebaseerd op de noodzaak tot overleven: dat klinkt toch haast als evolutionaire psychologie avant la lettre.

Gaat een natuurlijke moraal dan altijd gepaard met zo’n utilitaristische opvatting van deugden? De winst van Epicurus is dat hij laat zien dat geluk binnen ieders bereik ligt en dat angst onnodig is. Noch de dood, noch de goden hoeven we te vrezen. Het is ook mooi dat Epicurus er niet van uitgaat dat de afwezigheid van de goden leidt tot decadentie en degeneratie. Het afschaffen van angst hoeft niet per se mateloosheid met zich mee te brengen, omdat we juist worden teruggebracht naar wat de natuurlijke verlangens zijn. Maar als de relativering van waarden als vriendschap en rechtvaardigheid de prijs is die we daarvoor moeten betalen, hebben we dat er dan voor over?

[Verschenen op het Studium Generale nieuwsblog]