Jaap van Heerden – Fascinaties. Een intellectuele biografie

fascinaties

Op 8WEEKLY: Intellectueel getob op het hoogste niveau

 

Wetenschapsfilosofie: voor een select academisch gezelschap het hoogste van het hoogste, maar niet direct iets dat bij het grote publiek de harten sneller doet kloppen. Misschien dat het woord daarom niet voorkomt op de flap van Fascinaties, een kleine verzameling essays van Jaap van Heerden. Terwijl het de perfecte, achteloze kennismaking vormt met de wetenschapsfilosofie.

 

Jaap van Heerden is hoogleraar psychologie en de essays verschenen eerder in het AMC Magazine. Maar met ziekenhuizen of geneeskunde hebben ze niets te maken, ze handelen over psychologie, filosofie, cultuur, over de dagelijkse omgang tussen mensen, over taal, onderwijs, pseudowetenschap en alles daar tussenin.

 

Nieuw gevoel
De korte stukken kunnen zelfs dienen als voorbeeld van hét essay. Met verwondering observeert Van Heerden de wereld om daar onbevangen vragen over te stellen. Altijd vanuit een persoonlijke fascinatie, vandaar titel en ook ondertitel: ‘Een intellectuele autobiografie’.

 

Vijfendertig jaar geleden hield ik mij bezig met de vraag of de psychologie een nieuw gevoel kon ontdekken. Een ontdekking waar de kranten op de voorpagina gewag van zouden maken. Nieuw gevoel ontdekt door Amsterdamse psycholoog. Belangstelling uit het buitenland overweldigend. Die vraag werd een tijdlang een obsessie. Ik stond ermee op en ging ermee naar bed.

 

Zo’n vraagstuk is aanleiding voor een zoektocht langs mogelijke antwoorden, met de associatie als leidraad. Steeds weer trekt Van Heerden het voor de hand liggende in twijfel, stelt hij de vraag die verborgen gaat achter aannames en makkelijke oplossingen. In het geval van het ‘nieuwe gevoel’: welke criteria zijn er eigenlijk om te bepalen wat een gevoel is? Hoeveel gevoelens bestaan er al? En is de wetenschap wel ingericht voor zo’n ontdekking? Via emotietheorieën komt hij op de ‘varkensrazernij’, een gevoel bekend onder de Gururumba-stam in Australisch Nieuw-Guinea. Is dat een nieuw gevoel? Of een ander woord voor iets wat we al kennen?

 

Taalfilosofie
Het onopvallende opvallend maken, het associërend onderzoeken en dat alles gepaard met een gezond wantrouwen tegen geïnstitutionaliseerde begrippen: ziedaar de essayist aan het werk. Terloops leert de lezer over de werking of juist de valkuilen van de wetenschap, bijvoorbeeld in het essay over de psychologische associatie (die Freud berucht maakte). In het bestek van een paar bladzijden legt Van Heerden de beginselen van de taalfilosofie uit, volkomen helder en to the point.

 

Een essayist moet het ook hebben van zijn stijl. Ook dat zit wel snor.

 

De heiligheid van teksten is een handicap in de uitwisseling van gedachten. Ik heb al eens geschreven dat die uitwisseling eerder lijkt op de uitruil van krijgsgevangenen zoals bij gelegenheid gerealiseerd door het Rode Kruis. Alle betrokkenen willen zo snel mogelijk en liefst ongeschonden hun eigen gedachten terug.

 

Voordoen
Fascinaties
is daarmee een perfect boek voor wie iets te weten wil komen over psychologische mechanismen of wetenschapsfilosofie, zonder zware kost door te moeten ploegen. Maar ook is het een verplichte bundel voor wie zelf wel eens essays schrijft of zou willen schrijven. ‘Je moet het intellectuele getob voordoen’, aldus Van Heerden. Oftewel: van de meester moet je het leren.

 

Boeken 2010: tips en een tegenvaller

Eigenlijk wilde ik deze week mijn boekeneindejaarsoverzicht bloggen, maar mijn laptop ligt op de intensive care. En zonder mijn geheugensteun Bookpedia komt er niets van enig jaaroverzicht. Heb je dan geen back-up gemaakt, hoor ik al gniffelen. Jawel, van mijn hele systeem maakte ik 8 december een back-up, maar de Bookpediagegevens moet je eerst exporteren voor het wordt opgeslagen. 10 april 2010 laatste export, dat schiet dus niet op.

Vandaar een andere aanpak. Eerst kijk ik terug op de Nieuwe boeken in het najaar, die ik afgelopen zomer signaleerde. Maakten ze hun belofte waar? Deel twee (morgen): nieuwe boeken in het voorjaar. Waar kijk ik het meest naar uit? Deel drie, ijs, weder en Apple-chirurgie dienende, de beste boeken van 2010.

Waar verheugde ik me het meest op, die 23e juli 2010, na het doorploegen van de aanbiedingscatalogi van de uitgeverijen?

1. André Aciman – Witte nachten
‘Wie op Google Earth zoekt naar Straus Park, op de kruising van West 106th Street en Broadway in New York, ziet een piepklein parkje waar het verkeer langs raast. Een man hangt op een bankje, voetgangers steken gehaast het kruispunt over. Loop in westelijke richting en je belandt op Riverside Drive. Aan het eind van 106th Street leidt een trap naar een park met groene bomen en een standbeeld van Samuel J. Tilden. Draai je om en kijk omhoog naar het flatgebouw op de hoek, zo’n New Yorks appartementencomplex uit het begin van de twintigste eeuw. Daar in het penthouse, denk je, was het feest. Een paar verdiepingen lager: het appartement van Clara. Op Google Earth is het altijd overal dag, dus er zijn geen verlichte ramen waarachter je een vrouwengestalte een sigaret ziet opsteken.

Het overkomt me niet vaak dat ik tijdens het lezen van een roman Google Earth open om te zien waar het verhaal zich afspeelt. Witte nachten, de tweede roman van schrijver en literatuurwetenschapper André Aciman, roept dat verlangen wel op. Aciman beschrijft het gebied rond Straus Park zo nauwkeurig en laadt het zo vol met betekenis dat je daar zelf rond wilt lopen, op dat bankje wilt zitten.

De tweede roman van André Aciman bracht me niet alleen verrukkelijk leesplezier (verrukkelijk in de melancholische zin van het woord), maar ook een persoonlijk hoogtepunt: een recensie van mijn hand in de Groene Amsterdammer! Helaas nog steeds niet online beschikbaar, maar wie wil kan van mij een digitale kopie krijgen. Overigens het ideale boek voor de kerstvakantie, want het speelt tussen Kerstavond en Oud en Nieuw en er ligt net zo’n dik pak sneeuw als hier en nu.

2. Jaap van Heerden – Fascinaties. Een intellectuele autobiografie
‘Hij schreef essays voor het AMC Magazine over psychologie, filosofie en literatuur. Dat moet wel interessant zijn.’ Absoluut waar. De korte stukken kunnen zelfs dienen als voorbeeld van hét essay. Met verwondering observeert hij de wereld, stelt daar onbevangen vragen over en via allerlei interessante associaties en zijsporen ontleedt hij vervolgens de mechanismen achter gedrag, cultuur, taal et cetera. Vooral gaat dit boekje over wetenschapsfilosofie, maar dan op een totaal niet hermetische manier. Fascinerend. Binnenkort een recensie op 8WEEKLY.

3. Max Blecher – Avonturen in de alledaagse onwerkelijkheid
‘Oorspronkelijk verschenen in 1936, de beste tijd voor een boek om te verschijnen. Ik hoop op een roman even mooi als Kornel Esti of even vreemd als Oliebol.’ Maakt zijn belofte meer dan waar. Een korte roman waarin een hele wereld samenkomt, als een heel kleine diamant waaruit lichtstralen naar alle kanten weerkaatsen. Het merkwaardige van dit boek is dat het steeds herinneringen oproept aan andere boeken, films en lang begraven gevoelens. Niet omdat het niet origineel is, maar omdat alles hierin samenkomt. Binnenkort een recensie op 8WEEKLY (ik krijg het druk).

4. Peter Sloterdijk – Filosofische temperamenten
‘Ik wil al een tijdje iets van Sloterdijk lezen, maar de dikke pillen schrikken me af. Boom brengt dit najaar een ideaal boekje om mee te beginnen.’ Tegenvaller.

5. Bart Slijper – Onder de blauwe oneindigheid. De vriendschap tussen Willem Kloos en Jacques Perk
Niet helemaal gelezen, maar even in gebladerd voor ik het doorstuurde aan de 8WEEKLY-recensent. Die was erg positief, zie Een vriendschap van toen bloeit weer op.

6. Arnon Grunberg – Huid en haar
Check: Het recht op mislukking: Arnon Grunberg, Huid en haar
En: Gesprek voor 8 december
Lees dit boek!

Nieuwe boeken in het najaar

catalogi

De najaarscatalogi, waarin uitgeverijen de boeken die staan te verschijnen aankondigen en vooral aanprijzen: de stapel doorwerken kost evenveel moeite als het lezen van een net iets te dikke roman. Naar welke boeken kijk ik het meeste uit? Voorbij de bizarre superlatieven en ronkende gemeenplaatsen.

1. André Aciman – Witte nachten verschijnt al in augustus bij uitgeverij Anthos. Aciman schreef eerder Noem me bij jouw naam, een geweldige roman. Ik blogde hierover: ‘Aciman beschrijft die vormen (van verliefdheid) zo nauwkeurig, laat alle nuances van verlangen, onzekerheid, seksuele opwinding, depressie en geluk zien, dat hij daar letterlijk een heel boek voor nodig heeft. Eigenlijk is het geen verhaal, maar een stemming, een wolk van gevoel die uit de bladzijden opstijgt, een prisma van verliefd-zijn. Een paar losse zinnen zullen maar één kleurnuance uit het spectrum tonen. Elke zin heeft de andere nodig, zoals elk verlangen het andere nodig heeft.’ Lees verder bij Trefzeker herfstzonnetje. Ik kan niet wachten tot (deze week?) de drukproef op de mat ploft.

2. Jaap van Heerden – Fascinaties. Een intellectuele autobiografie. Verschijnt bij Prometheus in november. Jaap van Heerden is wetenschapsfilosoof en emeritus hoogleraar Algemene Psychologie. Hij schreef essays voor het AMC Magazine over psychologie, filosofie en literatuur. Dat moet wel interessant zijn.

Uit de catalogus: ‘Zijn fascinaties vinden hun oorsprong in eenvoudige vragen. Waarom verontschuldigen mensen zich tegenover wildvreemden als zij op de verkeerde verdieping uit de lift stappen?’ (Dit overkwam mij vandaag. Misschien dat het toeval van deze beschrijving, die overeenstemt met mijn persoonlijke verwondering in de lift, de enige reden is dat ik het boek wil lezen. Een betere reden heb je ook niet nodig, toch?) En verder: ‘Strekt goddelijke genade zich ook uit tot buitenaardse wezens? Moeten we ons schuldig voelen aan de vervolging van de eerste christenen in het oude Rome, of kunnen we dat met een gerust hart aan de Italianen overlaten?’

3. Max Blecher – Avonturen in de alledaagse onwerkelijkheid. Uitgeverij L.J. Veen, november. Oorspronkelijk verschenen in 1936, de beste tijd voor een boek om te verschijnen. De catalogus belooft: ‘Blechers werk werd vergeleken met dat van Franz Kafka, Bruno Schulz en André Breton en is in vele opzichten een voorloper van het existentialisme.’ De vertaling is van Jan Mysjkin.

Max Blecher was Roemeen en hij werd maar 31 jaar. Op zijn negentiende kreeg hij ruggenmerg-tbc, en was hij veroordeeld tot een liggend leven (net als Marcel Proust, op latere leeftijd). Het boek verschijnt in de reeks L.J. Veen Klassiek. Ik hoop op een roman even mooi als Kornel Esti of even vreemd als Oliebol.

4. Peter Sloterdijk – Filosofische temperamenten. Bij Uitgeverij Boom in november. Ik wil al een tijdje iets van Sloterdijk lezen, maar de dikke pillen schrikken me af. Boom brengt dit najaar een ideaal boekje om mee te beginnen: ‘Van Plato tot Foucault brengt Sloterdijk het leven van negentien denkers en de inhoud van hun werken op onverwachte en soms humoristische wijze met elkaar in verband. Daarbij presenteert hij deze denkers niet uitsluitend als leveranciers van ideeën en analyses, zoals gewoonlijk in historische overzichten van de filosofie gebeurt. Sloterdijk tracht de denkers in hun temperament te treffen: in de urgente problemen die ze aan de orde willen stellen, in de heftige conflicten die ze soms aangingen, en in de persoonlijke emoties die hun stijl van schrijven bijzonder maken.’

5. Bart Slijper – Onder de blauwe oneindigheid. De vriendschap tussen Willem Kloos en Jacques Perk. Verschijnt in november bij Bert Bakker. Bij het lezen van deze titel was ik opeens terug in mijn studententijd. De vriendschap tussen Willem Kloos en Jacques Perk: het absolute scharnierpunt van de Nederlandse poëzie, hoogst romantisch, studentikoos, overdreven, melancholisch, niet voor niets ‘god in het diepst van mijn gedachten’.

Het is een dun boekje, 148 pagina’s, en daarom kijk ik ernaar uit: ik verwacht een kort verhaal van alleen maar hoogtepunten. Niet een ellenlange beschrijving van alle koppen koffie en eierdoppen klare die de twee samen dronken en wat ze daarvoor betaalden in welk café op welke hoek van welke kruisende straten. Dat belooft de catalogus ook: ‘Al snel na de kennismaking op 15 mei 1880 is hun relatie zo intens dat zij liefdesgedichten voor elkaar schrijven. Later wordt Kloos steeds veeleisender, totdat zijn vriend het niet meer volhoudt en in het voorjaar van 1881 het contact verbreekt.’

6. Ten slotte kijk ik natuurlijk uit naar de nieuwe Grunberg. Onze oom heb ik niet eens uitgelezen, toch blijft Grunberg de beste schrijver van Nederland en is het verschijnen van een nieuwe roman altijd een spannende gebeurtenis. Hoe vaak dat ook gebeurt (ongeveer elke twee jaar). Arnon Grunberg – Huid en haar verschijnt in oktober bij Nijgh en Van Ditmar. ‘Een verhaal over pervers plezier, overspel, verboden liefde en machtsmisbruik, met de Amerikaanse en Nederlandse academische wereld en de stedelijke politiek van New York als decor.’ Klinkt goed.