Cosmic fear

Wie de woorden het eerst liet vallen, weet ik niet meer. Maar opeens zong het rond op de vergadering: cosmic fear. En het klonk als iets wat we al jaren kenden, waar bibliotheken over vol geschreven zijn: cosmic fear, u kent het wel. Ik gokte erop dat het begrip ergens eind achttiende eeuw zou zijn ontstaan, in die verwarrende jaren die tegelijk het eind van de Verlichting en het begin van de Romantiek worden genoemd. De jaren tussen Burkes traktaat over het sublieme (1757) en Goya’s ets De slaap van de rede brengt monsters voort (1797). Daar moesten we iets mee doen, ik zag het al voor me: een magere jongeman, gekleed in een katoenen hemdrok die half door zijn knieën gaat, de armen ten hemel richt alsof hij die op zich neer voelt drukken en omhoog probeert te duwen – en dan die hemel: vol melkwegstelsels en nova’s en duizenden jaren geleden ontplofte sterren.

Helaas. Cosmic fear bestaat nauwelijks. In elk geval niet zoals gedacht. Waarschijnlijk is het bedacht door de vroeg-twintigste-eeuwse schrijver H.P. Lovecraft, die een oeuvre van horrorverhalen op zijn naam heeft staan dat een grote cultstatus geniet. Maar zijn cosmic fear, de allergrootste en allerdiepste angst die bestaat, heeft zelfs geen cultstatus bereikt. Een band ontleende er zijn naam aan, maar ook die band zwemt ergens in de onmetelijke ruimte van het internet rond – anoniem, niet eens cult.

Het sublieme was een geliefd onderwerp bij de vakgroep Literatuurwetenschap tijdens mijn studie. Niet alleen omdat het een categorie in de kunsten is die bijna tijdloos schijnt (voor het eerst beschreven aan het begin van de jaartelling en nog steeds actueel), maar ook omdat het zo tot de verbeelding spreekt. Het sublieme is een ervaring die tegelijk beangstigend en verrukkelijk is, die je doet huiveren van genot en van vrees. Bekendste voorbeeld is de overweldigende ervaring die de natuur kan geven, als je een berg hebt beklommen en uitkijkt over het uitstrekkende land. Hoe klein en nietig ben je tegenover de wereld! Wat betekent jouw leven tegenover het eeuwige leven van de aarde! Velen hebben geprobeerd deze ervaring in de literatuur weer te geven. Het laat zich raden hoe moeilijk dat is.

Bahktin, een filosoof en literatuurwetenschapper uit de twintigste eeuw, is de enige van wie ik een citaat over cosmic fear heb kunnen vinden.

We must bear in mind the enormous role of cosmic fear – fear in the face of the immeasurably great and the immeasurably powerful: in the face of the starry heavens, of the material mass of mountains, of the sea, and fear in the face of cosmic upheavals and elementary disasters – in ancient mythologemes, worldviews, systems of images, in languages themselves and the forms of thinking bound up with them. At the very foundation of human thought, discourse, and imagery there had been deposited a kind of dark memory of the cosmic upheavals of the past and a kind of vague fear of future cosmic shocks. This cosmic fear, fundamentally not mystical in the strict sense (being a fear in the face of the materially great and in the face of a materially insurmountable force), is used bij all religious systems for the suppression of the person and his consciousness.

Uiteindelijk is de ervaring van het sublieme een mooie ervaring, die mensen vrijwillig opzoeken. Cosmic fear, denk ik, verschilt niet zo van het sublieme, behalve dat het uiteindelijk een negatieve ervaring zal zijn, waarin de angst overheerst. Een ervaring die iedereen zal proberen te vermijden.

Niet iedereen is zomaar in staat zijn angsten te vermijden. Dat leert het boek dat ik nu aan het lezen ben, over vrouwen, krankzinnigheid en de geschiedenis van de psychiatrie Gek, slecht en droevig. Is het toeval dat de schrijfster (Lisa Appignanesi) haar verhaal begint in 1796, twee jaar na Goya’s ets? In gedachten maak ik van de man in katoenen hemdrok, die gebukt gaat onder de hemelen en haar cosmic upheavals een vrouw. Maar gek genoeg steekt zij niet haar armen omhoog om de hemel terug te duwen. Ze zit gebukt en laat de sterrenregen op haar schouders neerkletteren.