Stine Jensen – Het broekpak van Olivia Newton-John

Jensen

Op 8WEEKLY: Die vermaledijde liefde

 

Over de liefde zijn boekenkasten volgeschreven, van grootse romans en tragedies tot dokterromannetjes. De laatste jaren raakt ook de non-fictie steeds meer geïnfecteerd met het liefdesvirus: er verschijnt een constante stroom boeken over de liefde in filosofie, in film en literatuur, in de hersenen, als foefje van de hormonen. Filosofe Stine Jensen voegt daar nog een titel aan toe: Het broekpak van Olivia Newton-John. Stukken tegen de liefde.

 

Waar die honger naar boeken over liefde vandaan komt, zal niemand kunnen zeggen. Heeft het te maken met de toename van singles, die ook een belangrijke doelgroep vormen van marketeers (en vaak hoog opgeleide vrouwen zijn, dus lezers)? Is het misschien wel een prettig idee dat verliefdheid niet meer is dan een stofje in de hersenen, of worstelen we daar juist mee en hebben we een filosofie van de liefde nodig als tegenhanger? Andere schrijvers stellen dat het liefdesvirus onder de mensen is verspreid door moderne sprookjes van de media en filmindustrie. Terwijl niemand een perfecte relatie heeft, schotelen schrijvers en televisiemakers het publiek een beeld voor van eeuwigdurende liefde met heftige ups en downs, maar altijd met een happy end.

 

Maneater
Het broekpak van Olivia Newton-John lijkt op het eerste gezicht wéér een leuk boekje over die vermaledijde liefde. Bij nader inzien blijkt Stine Jensen met haar verzameling korte essays een verfrissende, welkome blik op het ietwat uitgekauwde onderwerp te geven. Op het gevaar af lezers af te schrikken: Stine Jensen is een feministe. Maar wel één met humor. Ze consumeert de meest uiteenlopende boeken, films en artikelen op zoek naar antwoorden op haar eigen vragen. Neem Olivia Newton-John: het preutse, knappe meisje dat bij een vijver haar liefde voor een stoere kerel bezingt en transformeert tot een maneater in een strakke leren broek was Jensens voorbeeld als puber. Wat zegt dat over de verwachtingen van meisjes in de liefde?

 

Naast Grease gaat Jensen ook te rade bij de filosofie van Plato, bij tv-series als Dexter en de huwelijksverhalen van Strindberg. Die afwisseling tussen hoge en lage cultuur – uiteraard een al lang achterhaalde onderscheiding – gaat haar volkomen natuurlijk af. Haar motto: ‘Analyseren! Interpreteren! Meer lezen!’ Ze gaat daarbij uit van de klassieke driedeling van een esthetische, ethische en emotionele manier van lezen. Het aardige is dat ze ook dit abstracte onderscheid persoonlijk maakt. Er leven in haar drie vrouwen: de eerste leest voor het genot van mooie zinnen, de tweede beoordeelt het boek op zijn boodschap en de derde zet de sluizen open om geraakt te worden.

 

Robert Vuijsje
Hoe dit uitpakt is goed te zien in haar bespreking van Robert Vuijsjes Alleen maar nette mensen. Bespreking is misschien niet het goede woord; Jensen heeft een moeizame relatie met dit boek, waarin een Joodse jongen uit Amsterdam in de Bijlmer op zoek gaat naar zijn droomvrouw, de ‘intellectuele negerin’ met een grote kont. Vuijsjes boek werd lovend ontvangen en onderscheiden met diverse prijzen. Jensen maakt zich kwaad (de emotionele lezer) over het boek om de boodschap (ethisch) en de stijl, die ze belabberd vindt (esthetisch). Haar conclusie is niet mis te verstaan: Vuijsjes roman is ‘misschien een “geinige” belediging voor zwarte vrouwen en het intellectuele milieu in Oud-Zuid’, maar toch vooral ‘een belediging voor alle literatuurliefhebbers’. Die zit!

 

Jensen noemt zichzelf ‘een pessimist in de liefde’ en de hier verzamelde stukken heten ’tegen de liefde’ te zijn. Sommige mensen weten juist uit ’tegen zijn’ de meeste energie te halen en de interessantste gedachten te putten. Dat geldt ook voor Stine Jensen. Misschien is ze daarin ook wel een echte feministe. Maar, zoals gezegd, dan wel één met humor.

 

Stine Jensen en Rob Wijnberg: Dus ik ben

dus_ik_ben

Een weblog, artikelen in nrc.next, een televisieprogramma (dit najaar bij HUMAN): Dus ik ben is niet alleen een boek, maar een project. Stine Jensen en Rob Wijnberg zetten bij hun zoektocht naar de moderne identiteit alle middelen in die tegenwoordig voorhanden zijn. Mensen zijn uitgenodigd online ‘mee te denken’, samen met onder anderen Robbert Dijkgraaf, Arie Boomsma en Sunny Bergman. Had het boek niet het sluitstuk van het project moeten vormen in plaats van een tussenstand te geven?

Op 8WEEKLY: Op zoek naar de moderne identiteit

Een weblog, artikelen in nrc.next, een televisieprogramma (dit najaar bij HUMAN): Dus ik ben is niet alleen een boek, maar een project. Stine Jensen en Rob Wijnberg zetten bij hun zoektocht naar de moderne identiteit alle middelen in die tegenwoordig voorhanden zijn. Mensen zijn uitgenodigd online ‘mee te denken’, samen met onder anderen Robbert Dijkgraaf, Arie Boomsma en Sunny Bergman. Had het boek niet het sluitstuk van het project moeten vormen in plaats van een tussenstand te geven?

Sinds Maxima’s gewraakte uitspraak over de Nederlander die niet bestaat, is de discussie over identiteit niet meer verstomd. Het boek Dus ik ben draait vooral om deze maatschappelijke identiteit, en gaat niet zozeer over de persoonlijke, individuele zoektocht naar ‘wie ik ben’. Elk hoofdstuk verkent een thema in het denken over identiteit: ‘Ik werk, dus ik ben’, ‘Ik heb lief, dus ik ben’. Die thema’s lijken inzicht te beloven in de constructie van de persoonlijke identiteit. Jensen en Wijnberg koppelen ze echter aan de geschiedenis van de filosofie, om zo een diagnose te stellen van de moderne, Nederlandse identiteit. Dus ik ben volgt daarmee grofweg dezelfde opzet als het heldere en intelligente Nietzsche en Kant lezen de krant van Rob Wijnberg (2009).

Duik
Antwoorden zoals die waar de populaire filosofie van de levenskunst patent op heeft, moet je in dit boek niet verwachten. In het hoofdstuk ‘Ik heb lief, dus ik ben’ gaat het bijvoorbeeld over de vermeende pornoficatie van de samenleving en over de immense media–aandacht voor de kus van Wesley en Yolanthe. Wat dat zegt over mijn verhouding tot seksualiteit is niet helemaal duidelijk. In hetzelfde hoofdstuk komen Levinas, Rousseau, Goethes Werther en Michel Houellebecq langs. Het denken van deze wel heel uiteenlopende auteurs en hun betekenis voor een hedendaagse visie op liefde, zetten Wijnberg en Jensen in duidelijke bewoordingen uiteen. Dat wekt bewondering. Veel (jonge) mensen zullen door zulke glasheldere en zinnige stukken interesse krijgen om dieper in de filosofie te duiken.

Wie zich daartoe aangespoord voelt, moet zeker ook een duik nemen in de website die bij dit boek hoort. Waar het boek de persoonlijke identiteit wat verwaarloost, staat die hier in het middelpunt van de belangstelling. Aan de hand van een beeld vertellen de meedenkers over hun eigen invulling van ‘…dus ik ben’. Ook de bezoeker is uitgenodigd mee te doen, door foto’s en filmpjes te plaatsen op Flickr en YouTube. Je ontkomt er niet aan na te denken over je eigen interpretatie. Ik lees, dus ik ben? Ik word gelezen, dus ik ben? En welk beeld hoort daar dan bij?

Val
Het gevaar van de actuele aanpak van Jensen en Wijnberg is dat stukken en argumenten snel achterhaald raken. Enkele dagen na de presentatie van het boek viel het kabinet Balkenende–IV. Alle voorbeelden die draaien om Wouter Bos of de PVV (en dat zijn er nogal wat), zijn vóór de lezer het boek uit heeft al verouderd. Net als dat van Wesley en Yolanthe trouwens, en daar hoeft het kabinet niet voor te vallen. Hadden deze papieren stukken daarom niet beter op het weblog gestaan, waar de omloopsnelheid hoog is en niemand hoeft te wachten op de drukpers? Hopelijk wordt dit mooie en zinvolle project ook afgesloten met een (geïllustreerd) boekwerk dat steunt op haar filosofische waarde, eerder dan op die veel te vluchtige van de actualiteit.