Over de streep: gedeelde geheimen

over-de-streep

Hoe beter je elkaar kent, hoe meer respect je voor elkaar zult hebben, zo leert een gangbare wijsheid. Nu niet meteen beginnen over de uitzonderlijke gevallen van écht slechte mensen – hoewel de stelling misschien zelfs dan opgaat. In de documentaire Over de streep is de wet het uitgangspunt voor een bijzonder evenement op een middelbare school in Amsterdam: Challenge Day. Elke dag brengen de leerlingen uren met elkaar door en toch weten ze bijna niets van elkaar. Ieder heeft zijn eigen vriendengroepje en zet zich af tegen de anderen, soms door schelden of pesten of een grote mond. Challenge Day moet dat doorbreken. Maar hoe krijg je vijftienjarigen zover dat ze hun intiemste geheimen blootgeven?

Op een wel erg Amerikaans-schreeuwerige wijze, blijkbaar. Leraren doen gekke dansjes, leerlingen roepen naar elkaar ‘Get ready!’ Onwillekeurig denk je aan van die motivational trainers op bedrijfscongressen – en dan vooral aan de parodie daarop in bijvoorbeeld de film Donnie Darko. Het uitbundige maakt echter de weg vrij voor ingetogen, rustige gesprekken in kleine groepjes. Maak de volgende zin af: ‘If you really knew me, you would know this…’ Het gebruik van zo’n standaardzin werkt; de heftigste verhalen rollen erachteraan. Dat deed me denken aan Siri Hustvedt, die in The Shaking Woman patiënten de opdracht geeft om over zichzelf te schrijven en te beginnen met ‘I remember…’ Het korte zinnetje zet het geheugen in werking, als de startknop voor een soort écriture automatique.

Het belangrijkste onderdeel van de Challenge Day is echter dat waar de documentaire naar vernoemd is: door het midden van de gymzaal loopt een streep. Alle kinderen staan aan de ene kant. Een van de trainers beschrijft een situatie en als die van toepassing is op je eigen leven, moet je ‘over de streep’ gaan. Het fysieke aspect hiervan heeft een grote impact, het bewegen brengt een ‘bewogen zijn’ met zich mee. Zowel voor degenen die aan de andere kant van de streep gaan staan en dus met heel hun lichaam laten zien wat zij hebben meegemaakt (alcoholmisbruik in de familie, mishandeling, geweld, eenzaamheid, afwijzing, pesten, ga zo maar door) – als voor degenen die blijven staan en getuigen zijn van wat hun klasgenoten met zich meedragen.

Ik beken dat ik hier een traan moest wegpinken. Niemand kan hiernaar kijken en luisteren zonder te bedenken wat je zelf zou doen: blijven staan of over de streep gaan. Feit is dat niemand een ongeschonden jeugd heeft. Wie heeft zich nooit afgewezen of eenzaam gevoeld? Dat is ook de kracht van zo’n dag: verbondenheid creëren door te laten zien dat iedereen ‘meer hetzelfde is dan verschillend’, aldus de trainer.

De laatste situatie waar de kinderen op moesten reageren vond ik heel heftig, bijna als een stomp in de maag. ‘Loop over de streep als je ooit een kind bent geweest.’ Bijna alle kinderen slenteren naar de andere kant van de zaal. Bíjna. Hartverscheurend: kinderen van vijftien die nu al weten dat ze nooit kind zijn geweest, kind hebben kunnen zijn.

Ik moest denken aan een verhaal over Emil Cioran, de Roemeense essayist en filosoof die op zijn vijfde zijn eerste depressieve ervaring zou hebben gehad. Vijf! Kan dat überhaupt? In een tijdschrift las ik onlangs een stuk van een hersenonderzoeker die beweerde dat kinderen tot een jaar of tien nog geen geweten hebben. Dat soort artikelen maken me altijd een beetje boos. Omdat in de hersenen nog geen ‘gewetensprikkels’ te zien zijn, bestaat het geweten niet. Dat de ervaring iets anders leert, doet er niet meer toe.

Wie herinnert zich niet een moment op de kleuterschool van spijt, schaamte, wanhoop? Ik wel, misschien was ik niet vijf, maar wel jonger dan acht en ik was ten einde raad over twee dingen: zwemles, waar ik een onverklaarbare afkeer van had (en uiteindelijk ook een tijdje mee gestopt ben) en mijn beste vriendinnetje, met wie ik ruzie had. In mijn herinnering was het vooral de gelijktijdigheid van deze twee kwesties, die me tot wanhoop bracht. Ik wist gewoon niet hoe ik het moest bolwerken, kon het niet overzien. Het was een buitenproportioneel verdriet. Maar wel écht.

(Overigens weet ik niet waarom ik bijna gedachteloos depressie en geweten aan elkaar verbind – dat vraagt een nader onderzoek.)

Ik weet natuurlijk niet zeker of iedereen zulke herinneringen heeft. Misschien niet. Niemand komt ongeschonden uit zijn jeugd, schreef ik, maar weet ik veel? Misschien ook wel. Dat is iets wat me bij de documentaire toch een beetje dwarszat. De veronderstelling dat iedereen een ongedeeld en onverwerkt verdriet heeft. En ook: de veronderstelling dat het hebben van een trauma, of het nu groot is of klein, ons hetzelfde maakt. Of toch in elk geval ‘meer hetzelfde dan verschillend’.

Dan denk ik terug aan Kierkegaard en het geheim van het individu, dat in de grond onkenbaar en onmededeelbaar is en iedereen juist verschillend maakt. ‘Er is misschien niets dat de mens zozeer adelt als het bewaren van een geheim,’ schrijf hij. Het geheim heeft bij hem een paradoxale status: het schept een afstand tussen mij en de anderen en daar lijd ik onder, maar als ik mijn geheim deel en de afstand ophef, verlies ik de individuele betekenis van mijn eigen leven. Niet alle geheimen vragen erom verteld te worden. Respect voor elkaar betekent ook: iemand zijn geheim gunnen. En begrijpen dat je zelf een geheim bent dat een ander nooit geheel zal kunnen ontrafelen.

Op uitzendinggemist.nl is de documentaire terug te kijken.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *