Wat is de mens – revisited

olifant

Dat er niet één verhaal te vertellen is over de mens, de geschiedenis, over wat dan ook, daar is iedereen zo langzamerhand wel van doordrongen. De consequenties daarvan pakken soms nog verschillend uit. De één wordt relativist: de waarheid bestaat niet en vooruitgang ook niet, de mens speelt altijd theater en is als een ui zonder kern, alle kunst is evenveel waard want over smaak valt niet te twisten. De ander blijft vasthouden aan een vorm van zekerheid; we kunnen heus wel onderscheid maken tussen iets wat meer waar is dan iets anders, of mooier of echter.

Vaak is dat criterium van zekerheid ergens in het zelf verankerd. Als ík vind dat de rol van intellectueel voor mij authentieker is dan de rol van feestbeest, als ik overtuigd ben van deze wetenschappelijke theorie en niet van die andere, als ik kan zeggen waarom een schilderij van Mondriaan beter is dan het gefriemel van mijn neefje, dan moet daar iets in zitten. Zelf behoor ik tot de laatste groep, ik houd niet van relativisme. Hoewel ik de bezwaren van de pragmatische zekerheid ken en levensgroot acht. Want wie ben ik om als criterium voor de waarheid te gelden? Nou ja, ik ben een mens, zoveel is zeker. De vraag is dus: ‘Wat is de mens’?

Marcus Düwell, hoogleraar Wijsbegeerte aan de Universiteit Utrecht, haalde in zijn lunchlezing Kant aan: in de vraag ‘wat is de mens’ laten alle vragen van de filosofie zich samenvatten. ‘Wat is de mens’: aan die vraag valt ten eerste op dat hij de mens objectiveert, als een ding dat je kunt onderzoeken. Een het. Dat is natuurlijk wetenschappelijk verantwoord. Eerder schreef ik over de definitie van het object mens door Frans de Waal en Dick Swaab, die de mens inderdaad ‘apart zetten’ om hem aan wetenschappelijk onderzoek te onderwerpen (ook al is dat dan in een vergelijking met apen zoals De Waal doet of door te focussen op één onderdeel, namelijk de hersenen bij Swaab). De derde definitie, door Gerard Visser, behelsde een herformulering van de vraag. Wát een mens is? Antwoord: een wie. De juiste vraag is dan ‘Wie is de mens?’ Je voelt al meteen dat je in die herformulering overgaat van een algemene uitspraak op een individuele. Kun je in algemene termen over de mens spreken, of moet je hem altijd benaderen als uniek persoon? Of is dit gewoon een kwestie van ofwel wetenschap ofwel filosofie (of kunst) bedrijven?

Düwell liet zien dat er ook in de wetenschap verschillende perspectieven op de mens zijn, die op gespannen voet met elkaar kunnen komen te staan. Er is het natuurwetenschappelijke perspectief dat de mens ziet als een dier (waartoe De Waal en Swaab behoren). Dan is er het culturele perspectief, dat zich richt op de artistieke scheppingen van de mens en ten slotte is er het morele perspectief, dat uitgaat van de ethische overwegingen, de mens als vrij wezen. Het zijn in feite drie manieren om de mens te beschrijven, niet zozeer drie verschillende definities. Zoals de olifant uit het bekende voorbeeld. Een blinde voelt aan de olifant en beschrijft hem. Maar hij voelt een poot, terwijl zijn vriend de slurf vasthoudt. Uiteindelijk heeft niemand de ware olifant gezien, want de olifant is al zijn eigenschappen bij elkaar.

De perspectieven stemmen enigszins overeen met de drie voorbeelden waar ik mee begon: de waarheid die al dan niet bestaat, de kunstzinnige smaak waar al dan niet over te twisten valt en het zelf dat al dan niet authentiek of vrij is. Je kunt niet één van die perspectieven boven alle andere plaatsen of tot verklaring van alles bombarderen. Vooral de natuurwetenschappers doen dat wel, aldus Düwell. Zij monopoliseren het antwoord op de vraag wat de mens is. Met de grootste vanzelfsprekendheid wordt het biologische als bewijs voor van alles aangehaald (zelfs voor de meest tegenstrijdige zaken, zoals egoïsme bij Richard Dawkins en empathie bij Frans de Waal). Terwijl het niet logisch is. Móet ik moreel doen omdat ik niet anders kan, ben ik moreel omdat de apen het ook zijn? Zo gesteld lijkt dat inderdaad een absurde aanname.

Eigenlijk hebben we in het dagelijks leven niet zoveel last van dit soort vragen. Zoals veel filosofen ook zeggen: of de vrije wil nu bestaat of niet, het belangrijkste is dat de mens het idee heeft dat hij bestaat. Dat is al reden genoeg om erover na te denken. Dat getuigt mijns inziens ook van een frisse, open instelling die zweeft tussen het relativerende ontkennen en jezelf beschouwen als criterium voor de waarheid. Ik hou wel van zulk pragmatisme, ook in de filosofie.

Kijk de lezing terug op de nieuwe website van Studium Generale (!).
En lees ook Brein, aap, ziel: wat is de mens? Drie boeken

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *